SMA Solar Technology AG
9. De overige leidingen van de
batterijcommunicatiekabel op de 6-polige
klemmenstrook aansluiten. Let daarbij op de
bezetting van de klemmenstrook en de bezetting
van de communicatieaansluiting op de batterij en/
of de omschakelinrichting en waarborg dat CAN L
en CAN H uit één aderpaar bestaan.
10. Door licht trekken aan de leidingen waarborgen, dat de leidingen vast in de klemmen steken.
11. De klemmenstrook in de bus rechts naast de
netwerkbus steken. Daarbij moeten de klemposities
naar voren en de bedieningshendel naar achter
naar de montage-ondergrond wijzen.
12. Zorg ervoor dat de klemmenstrook vast in de bus steekt.
13. Druk de kabeldoorvoer in de
kabelschroefverbinding.
14. Draai de wartelmoer handvast op de kabelschroefverbinding voor de aansluiting van de
netwerkkabel en de batterijcommunicatiekabel.
15. Draai de aansluitkap met de 3 schroeven en een
torx-schroevendraaier (TX 20) op de omvormer vast
(aandraaimoment: 3,5 Nm).
Bedieningshandleiding
6 Elektrische aansluiting
N
L
1
3
SBS25-1VL-10-BE-nl-16
N
L
2
41