UW NAAIMACHINE LEREN KENNEN — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
Patroon
Vooraf ingestelde
Steek
15
DRIEVOUDIGE
STRETCHSTEEK
(middelste naaldstand)
16
DRIEVOUDIGE
ZIGZAGSTRETCHSTEEK
17
DRIEVOUDIGE
ZIGZAGSTRETCHSTEEK
18
DRIEVOUDIGE
ZIGZAGSTRETCHSTEEK
19
ELASTISCHE
OVERLOCK
20
VEERSTEEK
21
KAMSTEEK
22
DECORATIEVE STEEK
23
DECORATIEVE STEEK
24
FAGOTSTEEK
25
DECORATIEVE STEEK
11
Aanbevolen
lengte
[mm (inch)]
Pagina
breedte
[mm (inch)]
Vast 2,5
(3/32)
27
—
Vast 2,5
(3/32)
32
1,5 (1/16)
Vast 2,5
(3/32)
32
3,5 (1/8)
Vast 2,5
(3/32)
32
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
31
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
31
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
31
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
32
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
32
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
30
5 (3/16)
Vast 2,5
(3/32)
30
5 (3/16)
Steeklengteknop
Naargelang de geselecteerde steek moet u misschien de
steeklengte aanpassen voor een optimaal resultaat.
De cijfers op de steeklengteknop geven de steeklengte
aan in millimeter (mm) (1/25 inch).
HOE HOGER DE WAARDE, DES TE LANGER DE
STEEK. Met de instelling "0" wordt de stof niet
doorgevoerd. Hiermee kunt u knopen aanzetten.
Het bereik "F"-"1" is voor satijnsteken (gesloten
zigzagsteken), die worden gebruikt voor knoopsgaten en
decoratieve steken. De vereiste stand voor satijnsteken
varieert naargelang de stof en draad die u gebruikt. Om
de precieze stand van de knop te bepalen, probeert u de
steek- en lengte-instellingen eerst uit op een proeflapje
om te zien hoe de stof wordt doorgevoerd.
1
1 Steeklengteknop
2 Korter
3 Langer
VOORZICHTIG
●
Als de steken te dicht op elkaar zitten,
vergroot u de steeklengte en gaat u door
met naaien. Ga niet door met naaien
zonder de steeklengte te vergroten. Anders
kan de naald breken en letsel veroorzaken.
Achteruitnaaihendel
Met achteruit naaien kunt u afhechten en naden
verstevigen.
Als u achteruit wilt naaien, duwt u de achteruitnaaihendel
zo ver mogelijk in en houdt u de achteruitnaaihendel
ingedrukt terwijl u het voetpedaal licht intrapt. Wilt u
weer vooruit naaien, dan laat u de achteruitnaaihendel
los. De machine naait dan weer vooruit.
1
1 Achteruitnaaihendel
2
3
1