Aan het eind van de zelftest wordt het scherm in afbeelding 44
weergegeven. Er wordt No errors (Geen fouten) op het scherm
weergegeven, of de eerste fout wordt gemeld.
Afbeelding 44. Scherm Self Test Results (Zelftestresultaten)
In de hoek linksonder wordt
op de huidige fout volgen.
huidige fout andere fouten voorafgaan.
weergegeven wanneer de huidige fout zowel door andere fouten
wordt gevolgd als wordt voorafgegaan.
1.
Draai aan de selectieknop om tussen de fouten heen en weer
te schakelen.
2.
Druk op
om naar het menu Function Select (Functie
selecteren) te gaan. Er wordt eerst een herinnering
weergegeven om de lus in AUTOMATIC (automatisch) te
veranderen.
Configuration Log en Data Log
(Configuratielogboek en Gegevenslogboek)
Configuration Log en Data Log (Configuratielogboek en
Gegevenslogboek) zijn beschikbaar als het product op een HART-
apparaat is aangesloten. Gebruik de selectieknop om
Configuration Log (Configuratielogboek) of Data Log
(Gegevenslogboek) te kiezen. Zie afbeelding 45.
weergegeven als er andere fouten
wordt weergegeven als er aan de
en
worden
Configuration Log en Data Log (Configuratielogboek en Gegevenslogboek)
Afbeelding 45. Scherm Data Log and Configuration Log
(Gegevenslogboek en Configuratielogboek)
Configuration Log (Configuratielogboek)
Er kunnen configuratiegegevens voor maximaal 20 tags worden
opgeslagen die later kunnen worden opgeroepen. De opgeslagen
configuratiegegevens zijn dezelfde als die in het scherm met
apparaatgegevens (Device Data) worden weergegeven.
Het initiële Configuration Log-scherm omvat meer dan één scherm
en toont een lijst met de opgeslagen tags. Als er een opslagpositie
niet is gebruikt, wordt er in het gedeelte voor de tag-naam
<empty> (leeg) weergegeven. Zie afbeelding 46.
Afbeelding 46. Scherm Configuration Log
Precision Loop Calibrator
(Configuratielogboek)
31