Automatisch spuitapparaat Mikro 3
12
Demontage en verwijdering
12.1
Veiligheid
Personeel.
n
Vakpersoneel
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
De keuze van de persoonlijke beschermingsmiddelen is afhankelijk van de montageomstandig-
heden ter plaatse en het gebruikte medium van de exploitant. Om de juiste persoonlijke bescher-
mingsmiddelen te kiezen moeten de geldende nationale voorschriften met betrekking tot veiligheid,
ongevallenpreventie, veiligheid op de werkplek en milieubescherming in acht genomen worden en
moeten de gegevens van de spuitmediumfabrikant op het veiligheidsinformatieblad in acht
genomen worden.
12.2
Demontage
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel bij ondeskundige demontage!
Voor aanvang van de demontage:
n
Apparaat uitschakelen en beveiligen tegen opnieuw inschakelen.
n
Gehele energievoorziening fysiek loskoppelen van het apparaat, opgeslagen resterende
energie ontladen.
n
Bedrijfs- en hulpstoffen alsmede overige verwerkingsmaterialen op milieuvriendelijke wijze
afvoeren.
Vervolgens modules en componenten vakkundig reinigen en met inachtneming van geldende
plaatselijke voorschriften met betrekking tot veiligheid op de werkplek en milieubescherming uit
elkaar halen.
12.3
Verwijdering
MILIEU!
Gevaar voor het milieu door verkeerde verwijdering!
Door verkeerde verwijdering kunnen gevaren voor het milieu ontstaan.
Als er geen terugname- of verwijderingsovereenkomst getroffen is, uit elkaar gehaalde onderdelen
laten recyclen:
n
Metalen tot schroot verwerken.
n
Kunststofelementen laten recyclen.
n
Overige componenten op materiaal gesorteerd verwijderen.
n
Mogelijke resten van spuitmedia gescheiden van het apparaat vakkundig verwijderen.
In geval van twijfel informatie over de milieuvriendelijke verwijdering inwinnen bij de gemeente of
speciale afvalverwerkingsbedrijven.
200-0152 ■ 200-0154 ■ 200-0190
NEDERLANDS
NL–41