Klimaatregeling
Onderhoud ................................. 125
aanzetten ............................... 126
Service .................................... 126
Klimaatregelsystemen
Verwarmings- en
ventilatiesysteem
Bedieningsorganen voor:
● luchtverdeling
● temperatuur
● luchtdebiet
● ontwasemen en ontdooien
Verwarmbare achterruit Ü 3 32.
Temperatuur
rood
: warm
blauw : koud
Klimaatregeling
De verwarming werkt pas optimaal
als de motor de normale bedrijfstem-
peratuur heeft bereikt.
Luchtverdeling
l : naar de voorruit en de voorste
zijruiten
M : naar de hoofdruimte
K : naar de voetenruimte
Combinatiestanden zijn mogelijk.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de ventila-
torknop in de gewenste stand te zet-
ten.
Ontwasemen en ontdooien
● V indrukken: aanjager schakelt
automatisch over op hogere snel-
heid, de luchtstroom wordt op de
voorruit gericht.
● Draaiknop voor temperatuur in
hoogste stand zetten.
119