3
G
EBRUIKERSINTERFACE
2. Kies welk(e) type(n) monster(s) in het rapport moet(en) worden opgenomen. Maak een
keuze uit de beschikbare opties:
•
Gyn
•
Non-Gyn
•
UroCyte
•
Alles
Opmerking:
In de rapporten van het review station wordt de volledige identificatiecode
vermeld. In gevallen waarin een Non-Gyn-casus uit meerdere objectglazen
bestaat, wordt de identificatiecode voor elke objectglas gerapporteerd,
ongeacht of het Genius Digital Diagnostics System is ingesteld om de
objectglazen van één casus te groeperen in de casuslijst op het review station.
3. Kies welke digitale imager(s) in het rapport moet(en) worden opgenomen.
Selecteer de naam van een of meer digitale imagers uit de lijst, of selecteer Alles.
4. Kies de categorie die gebruikt zal worden om de gegevens in het rapport te sorteren.
Maak een keuze uit:
•
De naam van de digitale imager
•
De identificatiecode
•
Het tijdstip van de objectglasscan
•
Het foutnummer
•
Het monstertype
•
De softwareversie
5. Kies de volgorde waarin de gegevens worden weergegeven. Sorteer de resultaten in
oplopende of aflopende volgorde.
Opmerking:
Klik in het rapport op een foutnummer om een korte beschrijving van die fout te zien.
3.56
Gebruikershandleiding Genius™ review station