Storingsmelding op LCD-venster
fase en nul verwisseld, schakel
spanning uit en wijzig aansluitingen
code onjuist
controleer bedrading
code niet geaccepteerd
neem contact op met de leverancier
aanvoersensor kortgesloten
retoursensor kortgesloten
ketelbloksensor kortgesloten
rookgassensor kortgesloten
aanvoersensor def. of niet aangesloten
retoursensor def. of niet aangesloten
ketelbloksensor def. of niet aangesloten
rookgassensor def. niet aangesloten
aanvoersensortemperatuur te hoog
retoursensortemperatuur te hoog
ketelbloksensortemperatuur te hoog
rookgastemperatuur
maximaal storing
retourtemp.
hoger dan
ketelbloktemperatuur
retourtemp.
hoger dan
aanvoertemperatuur
luchtdruk spoelen
niet bereikt
luchtdruk te laag
tijdens spoelen
onvoldoende luchtdr.
in branden trap 1
luchtdruk start weggevallen
luchtdruk start niet bereikt
onvoldoende luchtdr.
in branden trap 2
te hoge luchtdruk
in branden trap 1
LDS geeft signaal
terwijl vent. uit is
Aanwijzingen
Spanning uitschakelen en aansluitingen wijzigen.
De besturingseenheid herkent de ketel niet via de codeconnector.
Controleer de bedrading. Indien juist bedraad. Neem contact op met onze service dienst.
Er is een bedradingsfout gemaakt, of er zit een fout in de besturingseenheid.
Neem contact op met onze Servicedienst.
Controleer de be dra ding van de betreffende temperatuursensor.
Indien juist bedraad: Ver vang de betreffende sensor en/of de aansluitkabel.
Er is een te hoge temperatuur gesignaleerd.
Controleer: - de wa ter door stro ming door de ketel/Installatie,
- het waterniveau in de ketel,
- de bedrijfsdruk (min. 0,8 bar).
Controleer: - de ingestelde maximale rookgastemperatuur (zie par. 7.3.3, optie 4),
- de afstelling van de ketel,
- de ketel op vervuiling.
De retourwatertemperatuur is hoger dan de ketelbloktemperatuur.
Controleer: - of de ketelblok- en retoursensoren verwisseld zijn,
- of de stromingsrichting door de ketel juist is.
De retourwatertemperatuur is hoger dan de aanvoertemperatuur.
Controleer: - of de aanvoer- en retoursensoren verwisseld zijn,
- of de stromingsrichting door de ketel juist is.
Tijdens spoelen wordt het vereiste minimale luchtdrukverschil over de ketel niet bereikt.
Controleer: - rookgasafvoer, luchttoevoer en/of ketel op vervuiling,
- diameter rookgasafvoer/luchttoevoer aan de hand van de tabellen van par. 5.4,
- meetslangen op vervuiling/vocht,
- of de rookgasklep zich opent tijdens spoelen. Zo niet, controleer zekering in
relaisblok aansturing rookgasklep (6,3 AF).
Het luchtdrukverschil in lage belasting is te laag. Dit dient minimaal 50Pa te zijn.
Controleer: - rookgasafvoer, luchttoevoer en/of ketel op vervuiling,
- ventilator, frequentieregelaar (zie par. 10.9) en luchtdruksensor,
- meetslangen,
- of de rookgasklep zich opent tijdens spoelen. Zo niet, controleer zekering in
relaisblok aansturing rookgasklep (6,3 AF).
Het luchtdrukverschil in hoge belasting is te laag.
Controleer: - rookgasafvoer, luchttoevoer en/of ketel op vervuiling,
- ventilator, frequentieregelaar (zie par. 10.9) en luchtdruksensor,
- meetslangen,
- of de rookgasklep zich opent tijdens spoelen. Zo niet, controleer zekering in
relaisblok aansturing rookgasklep (6,3 AF).
Het luchtdrukverschil in lage belasting is te hoog.
Controleer: - ventilator, frequentieregelaar (zie par. 10.9) en luchtdruksensor.
Tijdens het uit bedrijf zijn van de ketel, wordt een te hoge stilstandstrek gesignaleerd (>25 Pa).
Breng weerstand aan in de rookgasafvoer of de luchttoevoer.
Controleer aansluiting op LDS.
32
Remeha
Gas 6002