AANSLUITEN
4.3.2 Toegestane lengte van de motorleiding
De toegestane lengte van de motorleiding hangt af van de omvang van de omvormer en de gekozen klokfrequentie.
De in de volgende tabel vermelde lengten gelden voor het gebruik van onafgeschermde motorleidingen. Bij gebruik van afgeschermde
motorleidingen moeten de tabelwaarden van de kabellengten worden gehalveerd. Let erop dat hier steeds de totale lengte van de lei-
dingen wordt bedoeld, d.w.z. dat bij een parallelschakeling van meerdere motoren elke motorleiding geteld moet worden.
200-V-Klasse
Instelling van Pr. 72 PWM-functie
(draagfrequentie)
1 (1 kHz)
2 tot 15 (2 kHz tot 14,5 kHz)
400-V-Klasse
Instelling van Pr. 72 PWM-functie
(draagfrequentie)
1 (1 kHz)
2 tot 15 (2 kHz tot 14,5 kHz)
Toegestane lengte van de motorleiding (FR-D740-070SC of groter, FR-D740-080SC of groter)
Houd er rekening mee dat de motorwikkeling bij het gebruik van draaistroommotoren via frequentieomvormers aanzienlijk sterker wordt
belast dan bij gebruik via het stroomnet. De motor moet door de fabrikant zijn vrijgegeven voor gebruik met een frequentieomvormer.
Door de impulswijdtemodulatie van de frequentieomvormer treden afhankelijk van de leidingconstanten bij de klemmen van de
motoraansluiting schokspanningen op die de isolatie van de motor ernstig kunnen beschadigen. Tref bij de aansluiting van een
400-V-motor de volgende maatregelen:
Gebruik een motor met voldoende isolatiebestendigheid en beperk de klokfrequentie via Pr. 72 PWM-functie afhankelijk van de
lengte van de motorleiding.
Draagfrequentie
Beperking van de spanningsoploopsnelheid van de uitgangsspanning van de frequentieomvormer (dU/dT):
Indien een waarde van 500 V/μs of minder i.v.m. de motor moet worden aangehouden, moet in de uitgang van de omvormer
een uitgangsfilter worden geïnstalleerd. Neem hiervoor contact op met uw Mitsubishi-leverancier.
PAS OP
Vooral bij lange motorleidingen kan de frequentieomvormer door laadstromen worden beïnvloed die door strooicapaciteiten van de
leidingen worden veroorzaakt. Dit kan leiden tot functiestoringen van de overbelastingsstroomuitschakeling, de intelligente uitgangs-
stroombewaking of van de motor-kantelbeveiliging of tot functiestoringen of storingen aan de apparaten die op de uitgang van de fre-
quentieomvormer zijn aangesloten. Als de intelligente uitgangsstroombewaking wordt belemmerd, deactiveer dan deze functie. Als de
motor-kantelbeveiliging niet juist reageert, wijzig dan de instellingen in Pr. 22 Stroombegrenzing en Pr. 156 Selectie van de stroombegren-
zing. (Informatie over Pr. 22 Stroombegrenzing en Pr. 156 Selectie van de stroombegrenzing vindt u in de bedieningshandleiding.)
Informatie over de parameter Pr. 72 PWM-functie is te vinden in de bedieningshandleiding.
Als de functie "Automatische herstart na stroomuitval" wordt gebruikt, moet in Pr. 162 de waarde "1" of "11" (geen registratie
van de uitgangsfrequentie) worden ingesteld als de in de onderstaande tabel vermelde kabellengte wordt overschreden.
(Nadere informatie over Pr. 162 Automatische herstart na stroomuitval vindt u in de bedieningshandleiding.)
Motorvermogen
Kabellengte
8
008SC
200 m
30 m
012SC
200 m
30 m
Lengte van de motorleiding
50 m
50 m–100 m
14,5 kHz
8 kHz
0,1K
0,2K
20 m
50 m
FR-D720S-
014SC
025SC
200 m
300 m
100 m
200 m
FR-D740-
022SC
036SC
200 m
300 m
100 m
200 m
500 m
300 m
300 m
300 m + 300 m = 600 m
100 m
2 kHz
0,4K
100 m
042SC
070SC
500 m
500 m
300 m
500 m
050SC
080SC
500 m
500 m
300 m
500 m