Windrichting meteostation beïnvloedt klepstand (zie scherm 2.1.3.9)
Per ventilatiegroep kunt de volgende parameters instellen:
Temperatuurverschil ten opzichte van de ingestelde staltemperatuur waarop de inlaatklep regelt
(klepregeling op basis van temperatuur of druk)
Bandbreedte (klepregeling op basis van temperatuur of druk)
Minimum bij ventilatie (klepregeling op basis van (tunnel)ventilatie)
Maximum bij ventilatie (klepregeling op basis van (tunnel)ventilatie)
Min./Max. ventilatie
Weergave metingen/berekeningen van bovenstaande parameters.
Opties
Start klep 2/3
Is bij een ventilatiegroep een cascaderegeling geïnstalleerd, dan geeft u het start-
percentage van de tweede en/of derde luchtinlaatklep in.
Instelling druk
Instelling van de gewenste druk. De tweede waarde toont op basis van de
buitentemperatuur gecorrigeerde druk.
Momentele druk en Mom. status tonen de actuele waarden.
PL-95x0-G-NL02400
6. Klimaatregeling
(Tunnel)ventilatie
Cascade
Druk
33