Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Esu SwitchPilot V2.0 Handleiding pagina 9

Inhoudsopgave

Advertenties

De beoogde positie wordt via een impulsdraad (met Graupner® Servo's oranje, zo niet wit) opgegeven. Een
permanente voeding (4.8V - 6V) voltooit de interface.
Op de impulsdraad, verwacht de servo, met een tussentijd van 20 - 25ms, een positieve impuls met een lengte tussen
1,0 mS en 2,0 mS. De lengte van deze impuls is rechtstreeks evenredig met de gewenste beoogde positie.
Servo's zijn verkrijgbaar in verschillende uitvoeringen en maten. Ze verschillen ook in de overbrengingsverhouding en
het traject. Er zijn, bijvoorbeeld, servo's voor zeilcontrole die een aantal omwentelingen kunnen doen.
Opgelet! Er bestaan, op de markt, verschillende servo's die niet allemaal geschikt zijn voor gebruik in modelbanen. Als
de servo geen signaal ontvangt, krijgt de motor geen spanning, er volgen dan mechanische krachten op de hendel.
!! Probeer nooit de hendel van een servo met de hand te draaien. De overbrenging van de servo zou kunnen worden
vernietigd!
5.2.3.1. Analoge servo's.
Bij een klassieke servomotor krijgt de motor een spanning slechts als een puls wordt toegezonden. Zonder signaal
volgen er mechanische krachten op de hendel.
Als deze servo's bij stilstand ''brommen", kunt u het geluid laten verdwijnen door het uitschakelen van de pulsen. Het
is echter mogelijk dat de servo 'trilt' wanneer de puls weer wordt aangezet.
5.2.3.2. Digitale servo's.
Bij digitale servo's zorgt een ingebouwde microcontroller ervoor dat de motor eveneens aangepast wordt als er geen
puls wordt aangezet. Deze servo's tonen ook de neiging om, bij stilstand, te "brommen" omdat de buitenste
stuwkracht door de motor moet worden gecompenseerd. Een digitale servo komt tot stilstand slechts wanneer de
spanning van buiten af wordt onderbroken.
Een nadeel van deze methode is echter dat de servo ongecontroleerd kan trillen bij het opnieuw aanzetten van de
spanning.
5.2.3.3. ESU servo-aandrijvingen.
Met de servo-aandrijvingen (51804 plastic tandwiel, 51.805 metalen tandwiel) biedt ESU erg kleine, speciaal voor
modelspoorbanen ontworpen motoren aan. Beide zijn uitgerust met een microcontroller waarvan de speciale
programmering het brommen bij de eindpositie voldoende voorkomt. Bovendien worden de servo's met al de
benodigde onderdelen voor wisselaandrijving geleverd en hetgeen u het aanschaffen van kleine onderdelen
bespaart.
5.2.4. Relaisuitgangen.
SwitchPilot Extension.
De uitgangen 1- 4 hebben elk een relaisuitgang A en B, die samen geschakeld worden (2xUM, bistabiel). Iedere relais-
uitgang komt overeen met de overeenkomstige uitgang van de transistor-uitgang van de SwitchPilot of van de servo-
uitgang van de SwitchPilot Servo. Als de uitgang Out A van de uitgang van de SwitchPilot actief is (of de servo-positie
"A" is bereikt), dan worden de klemmen I en COM van de relaisuitgang geschakeld. Als de uitgang Out B van de
SwitchPilot actief is (of de servo-positie "B" is bereikt), zijn de klemmen II en COM verbonden.
5.2.5. Terugmeldingangen.
SwitchPilot.
Via RailCom® kan de SwitchPilot de actuele stand van de wissel aan uw digitaal systeem terugmelden. Daarvoor moet
de wissel echter over geschikte terugmeldcontacten beschikken die aan de terugmeldingangen FB A of FB B moeten
verbonden worden. Afbeelding 8 beschrijft de verbinding nauwkeurig.
5.2.6. Ingangen voor schakeltoetsen.
SwitchPilot Servo.
De SwitchPilot Servo kan ook zonder digitaal systeem gebruikt worden. De positie van de servo's 1- 4 wordt hiermee

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

518205180151822

Inhoudsopgave