Elektrische aansluiting
6.5 Kabels invoeren en aanleggen
6.4.7
Ongeboorde invoerplaat
Bij een ongeboorde invoerplaat kunt u het aantal en de grootte van de
kabelschroefverbindingen aan de bedrijfsomstandigheden aanpassen.
1. Schroef de kabelinvoerplaat af.
2. Boor het nodige aantal gaten of windingen in de benodigde afmeting in de kabelinvoerplaat.
3. Monteer de plaat voor de kabelinvoer en de kabel met de kabelschroefverbindingen aan de
Boringen in de kabelinvoerplaat aanbrengen
Als u bij motoren met explosiebeveiliging boringen in de kabelinvoerplaat aanbrengt, dan
noteert u de gegevens van deze aanvullende boringen in de motordocumentatie:
● Aantal en de afmetingen van de boringen
● Vorm van de schroefdraad, bijvoorbeeld metrisch of NPT
Meer informatie over de installatie van buisleidingen of accessoires vindt u in
IEC / EN 60079-14.
6.5
Kabels invoeren en aanleggen
Tabel 6-2
Aansluitkast
GT640
1XB1621
1XB1631
1XB7730
1XB7731
1XB7740
1XB7750
6.5.1
Kabel in de aansluitkast 1XB... met segmentringen aanbrengen
De aansluitkasten 1XB1621, 1XB1631 kunnen optioneel voorzien zijn van een doorvoer met
segmentringen. De aansluitkabel wordt bij de invoeropening met een uitknipbaar
afdichtelement afgedicht en door een inrichting voor de trekontlasting gefixeerd.
98
De plaatdikte moet dusdanig worden gekozen dat bij het boren van de winding een
voldoende aantal schroefgangen wordt bereikt.
Let erop, dat u zelf verantwoordelijk bent voor een voldoende stevigheid van de invoerplaat
na het aanbrengen van de windingen.
aansluitkast.
Aansluittechniek (aansluiting met kabelschoen / zonder kabelschoen)
Met kabelschoen (Pagina 102)
Aansluiting
Zonder kabelschoen (Pagina 103)
Bedieningshandleiding 02/2019
SIMOTICS FD 1MN1