Opmerking
De printer gebruikt warmte en druk om de toner op het papier te smelten. Gebruik alleen
gekleurd papier of voorbedrukte formulieren met inkt die geschikt is voor de temperatuur van
de printer. De maximumtemperatuur van de printer is 200 °C voor 0,1 seconde.
Gebruik geen papier met een briefhoofd dat is gedrukt met inkt voor lage temperaturen,
zoals wordt gebruikt in bepaalde thermografische toepassingen.
Gebruik geen briefhoofd met reliëf.
Gebruik geen transparanten die zijn ontwikkeld voor inkjetprinters of andere lage-
temperatuurprinters. Gebruik alleen transparanten die zijn goedgekeurd voor gebruik met
HP LaserJet-printers.
Etiketten
U kunt etiketten het beste afdrukken vanuit de voorrangsinvoersleuf.
Voer een vel etiketten niet meer dan één keer door de printer. Dit tast de lijm aan en kan
VOORZICHTIG
schade aan de printer veroorzaken.
Onderdelen
Let bij het selecteren van etiketten op de kwaliteit van de diverse onderdelen:
●
●
●
●
Transparanten
Transparanten moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 200 °C, de
maximumtemperatuur van de printer.
Enveloppen
U kunt enveloppen het beste afdrukken vanuit de voorrangsinvoersleuf.
NLWW
Lijm: de lijm moet stabiel zijn bij een temperatuur van 200 °C, de maximumtemperatuur
van de printer.
Schikking: gebruik alleen etiketbladen waarvan het beschermblad niet zichtbaar is
tussen de etiketten. Als u etiketbladen gebruikt met ruimte tussen de etiketten, kunnen
de etiketten tijdens het afdrukken loslaten. Dit veroorzaakt ernstige storingen.
Krullen: zorg ervoor dat de etiketten plat liggen en niet meer dan 13 mm omkrullen.
Staat van het materiaal: gebruik geen etiketten met kreukels, luchtbellen of andere
verschijnselen waaruit blijkt dat het etiket van het ondervel is losgelaten of los kan raken.
Richtlijnen voor het gebruik van afdrukmateriaal
21