Verwarmingsmethoden
Om altijd de juiste verwarmingsmethode voor uw
gerecht te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de
verschillen en toepassingen.
Verwarmingsmethode
Onderwarmte
A
Intensieve hitte
N
Pizzafunctie
;
Grill, klein
M
Grill, groot
C
Boven- en onderhitte
B
3D hete lucht
9
Hete lucht, zacht
:
Circulatieluchtgrill
H
Ontdooien
O
Warmhouden
R
Vorm voorverwarmen 30-70°C
S
--------
Aanwijzingen
Bij elke verwarmingsmethode geeft het apparaat een
■
temperatuur of stand weer. Deze kunt u overnemen
of in het instelgebied wijzigen.
Als bij het kiezen van de functie ontdooien de oven
■
niet volledig afgekoeld is, knippert op het display œ
en de functie wordt niet geactiveerd.
Temperatuur
Gebruik
30-250 °C
Om te bereiken in het waterbad en nabakken.
De warmte komt van onderen.
30-275 °C
Voor gerechten met een knapperige bodem.
De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen.
30-275 °C
Voor de bereiding van pizza's en gerechten die veel hitte van onderen nodig hebben.
De hitte komt van onderen en van het ringverwarmingselement dat zich in de achter-
wand bevindt.
Grillstanden:
Voor het grillen van kleine hoeveelheden steaks, worstjes, toasts en stukken vis.
1 = zwak
Het middelste deel van het grillelement wordt heet.
2 = gemiddeld
3 = sterk
Grillstanden:
Voor het grillen van platte stukken, zoals steaks, worstjes of toast, en voor het gratine-
ren.
1 = zwak
Het hele oppervlak onder het grillelement wordt heet.
2 = gemiddeld
3 = sterk
30-275°C
Voor het traditioneel bakken en braden op één niveau. Bijzonder geschikt voor gebak
met zacht beslag.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. De warmte komt gelijkmatig van
boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in
de conventionele modus.
30-275 °C
Voor het bakken en braden op een of meerdere niveaus.
De ventilator verdeelt de hitte van het in de achterwand aanwezige ringverwarmingsele-
ment gelijkmatig in de ovenruimte.
125-275°C
Voor het gezond bereiden van geselecteerde gerechten op één niveau, zonder voorver-
warmen.
De ventilator verdeelt de hitte van het in de achterwand aanwezige ringverwarmingsele-
ment in de ovenruimte.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in
de circulatieluchtmodus.
30-275 °C
Voor het bakken van gevogelte, volledige vissen en grotere stukken vlees.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator verdeelt
de hete lucht rond de gerechten.
30-60°C
Voor het voorzichtig ontdooien van bevroren gerechten.
60-100°C
Voor het warmhouden van gerechten die klaar zijn.
Voor het opwarmen van vormen en recipiënten.
Het apparaat leren kennen
nl
11