Bedrijf op een statische frequentie-omvormer
Maximale
spanningspieken
en stijgsnelheden
EMC
Motorbeveiliging
Overmatig bedrijf
Rendement
B-2
De onderwatermotoren met watergekoelde wikkeling (putpompen) hebben een grotere kans op
spanningspieken dan droge motoren.
De maximale spanningstoenamesnelheid van de motor en het maximaal
aantal spanningspieken tegen aarde mogen niet overschreden worden.
Deze waarden gelden voor putpompen <1 kV en zijn normaliter te bereiken door een sinusfilter of
een du/dt-filter te gebruiken. Bij motoren >1 kV kunt u de toegestane waarden bij de fabriek
opvragen. Verder moet de pulsfrequentie van de omvormer zo laag mogelijk zijn.
Om de EMC-richtlijnen (elektromagnetische compatibiliteit) na te leven kan het gebruik van afge-
schermde leidingen of het verplaatsen van kabels in metalen buizen alsmede de installatie van fil-
ters noodzakelijk zijn. Welke maatregelen er getroffen moeten worden om de EMC-richtlijnen na te
leven, is afhankelijk van het omvormertype, de fabrikant van de omvormers, de lengte van de
kabels die verlegd moeten worden en nog een aantal andere factoren. In een enkel geval zal het
daarom nodig zijn de vereiste maatregelen uit de inbouw- en bedieningsvoorschriften van de
omvormer over te nemen of direct ruggespraak te houden met de fabrikant van de omvormer.
Naast de ingebouwde elektrische stroombewaking in de omvormer of het thermische relais in het
schakelsysteem raden wij aan temperatuursensors in de motor te installeren. Hiervoor zijn zowel de
PTC-voeler als de weerstand van de temperatuursensor (PT 100) geschikt.
Wilo-onderwatermotoren met een nominale frequentie van 50 Hz kunnen naar 60 Hz worden
opgeschakeld. Motoren met een nominale frequentie van 100 Hz kunnen naar respectievelijk
120 Hz worden opgeschakeld.
Het opschakelen kan plaatsvinden op voorwaarde dat het hogere benodigde vermogen is
toegestaan op de pomp. Het nominaal vermogen moet echter uit de specificatiebladen voor 50 Hz
respectievelijk 100 Hz worden overgenomen.
Naast het rendement van de motor en de pomp moet het rendement van de omvormer in acht wor-
den genomen. De rendementen van alle componenten veranderen bij een verlaging van het toeren-
tal naar te lage waarden.
Formules
Debiet
n2
Q2 = Q1 *
n1
Tabelle B-1: Formules
Opvoerhoogte
2
n2
H2 = H1 *
n1
Vermogen
3
n2
P2 = P1 *
n1
WILO SE 3.0