Bij volledige belasting moet de motorveiligheid op de toegekende stroom ingesteld worden. Bij
gedeeltelijke belasting raden we aan om de motorveiligheid 5 % boven de gemeten stroom aan het
bedrijfspunt in te stellen.
Als de motorbeveiliging in de streng is geïnstalleerd:
de motorbeveiliging op 0,58 x toegekende stroom instellen. De aanlooptijd in de sterschakeling mag
max. 3 sec. bedragen.
Als de motorbeveiliging niet in de streng is geïnstalleerd:
bij vollast de motorbeveiliging op de toegekende stroom instellen.
Bij volledige belasting moet de motorveiligheid op de toegekende stroom ingesteld worden. Bij
gedeeltelijke belasting raden we aan om de motorveiligheid 5 % boven de gemeten stroom aan het
bedrijfspunt in te stellen. De aanlooptijd bij verlaagde spanning (ca. 70 %) mag max. 3 sec. bedra-
gen.
De machines kunnen met frequentieomvormers gebruikt worden.
Neem hiervoor het gegevensblad in de bijlage van deze handleiding in
acht!
De nominale stroom wordt bij de aanloopprocedure kort overschreden. Na deze procedure mag de
bedrijfsstroom de nominale stroom niet meer overschrijden.
Als de motor na het inschakelen niet onmiddellijk aanslaat, moet deze onmiddellijk uitgeschakeld
worden. Voor het opnieuw inschakelen moeten de schakelpauzes volgens de technische gegevens
in acht genomen worden. Bij een volgende storing moet de machine onmiddellijk opnieuw uitge-
schakeld worden. Een nieuwe inschakelprocedure mag pas gestart worden als de fout verholpen is.
De volgende punten moeten gecontroleerd worden:
- Bedrijfsspanning (toegestane afwijking +/-5% van de toegekende spanning)
- Frequentie (toegestane afwijking +/-2% van de toegekende frequentie)
- Stroomverbruik (toegestane afwijking tussen de fasen max. 5%)
- Spanningsverschil tussen de verschillende fasen (max. 1 %)
- Schakelfrequentie en –pauzes (zie Technische gegevens)
- Aanzuigen van lucht - minimaal onderdompelingspeil!
- Rustige loop
In het grensbereik mag de maximale afwijking van de bedrijfsgegevens +/-10 % van de toege-
kende spanning en +3 % tot -5 % van de toegekende frequentie bedragen. Er moet met grotere
E:\shares\Baprod\BA\subtec_m\cleanwater\nl\pumps\startup.fm
Ingebruikneming
Bij het gebruik van de
machine in een brand-
blus- en sprinklerinstal-
latie mag de machine
onder geen enkele voor-
waarde door een veilig-
heidsinrichting
uitgeschakeld worden!
De motorbescherming
mag de storingen enkel
signaleren!
Inschakeltypes bij kabels met
vrije uiteinden (zonder stek-
ker)
Inschakeling direct
Inschakeling sterdriehoek
Inschakeling aanlooptransfor-
mator/zachte aanloop
Gebruik met frequentieomvor-
mers
Na het inschakelen
Gebruik in het grensbereik
6-3