15.5 Montage / aansluiting aan het
verwarmingscircuit
LET OP
Vermijd open verwarmingssystemen en/of
verwarmingssystemen die niet zuurstofdiffu-
siedicht zijn.
Indien dit niet mogelijk is, moet een systeem-
scheiding worden geïnstalleerd.
Afhankelijk van de dimensionering van de
warmtewisselaar en de extra benodigde cir-
culatiepomp verslechtert de systeemschei-
ding de energie-efficiëntie van het systeem.
LET OP
Vuil en afzettingen in het (bestaande) hydrau-
lische systeem kunnen leiden tot schade aan
de warmtepomp.
► Zorg ervoor dat er een lucht/magnetische slib-
vang in het verwarmingscircuit gemonteerd is.
► Zorg ervoor dat een vuilfilter met een zeefgroot-
te 0,7 mm zo dicht mogelijk bij de ingang verwar-
mingswater (retour) gemonteerd is.
► Spoel het hydraulische systeem voor de hydrauli-
sche aansluiting van de warmtepomp goed door.
LET OP
Doorspoelen van het hydraulische systeem
alleen in de stromingsrichting.
LET OP
Het toestel in het verwarmingscircuit in over-
eenstemming met het hydraulische schema
integreren, afhankelijk van het toesteltype.
Gebruiksaanwijzing „Hydraulische integratie"
AANWIJZING
Controleer of de doorsnede en lengte van
de leidingen van het verwarmingscircuit (in-
clusief aardleidingen tussen warmtepomp en
gebouw) voldoende gedimensioneerd zijn.
AANWIJZING
Circulatiepompen moeten trapsgewijs ont-
worpen zijn. Ze moeten minstens de voor dit
apparaattype benodigde minimale doorvoer-
capaciteit voor het verwarmingswater kunnen
opbrengen.
"Technische gegevens/Leveringsomvang", vanaf
pagina 22, hoofdstuk „Verwarmingscircuit"
Technische wijzigingen voorbehouden | 83054200jNL | ait-deutschland GmbH
LET OP
De hydraulische inrichting moet van een buf-
feropslag voorzien worden; het vereiste vo-
lume van deze buffer hangt af van het toestel-
type.
"Technische gegevens/Leveringsomvang", vanaf
pagina 22, hoofdstuk „Verwarmingscircuit, buf-
feropslag "
LET OP
Beveilig altijd de aansluitingen aan het toe-
stel tegen verdraaien om de koperen leidin-
gen binnenin het toestel tegen beschadiging
te beschermen.
1.
De vaste leidingen van het verwarmingscircuit
moeten buiten beneden de vorstgrens gelegd
worden.
2.
Uitgang verwarmingswater (aanvoer) en ingang
verwarmingswater (retour) aan de warmtepomp
voorzien van afsluiters.
AANWIJZING
D.m.v. deze afsluiters kunnen de condensor van
de warmtepomp zonodig worden doorgespoeld.
3.
De aansluiting aan de vaste leidingen van het ver-
warmingscircuit met behulp van flexibele koppe-
lingen uitvoeren. Deze moeten worden geïnstal-
leerd om overdracht van resonantie naar de lei-
dingen tegen te gaan.
AANWIJZING
Als er een bestaande installatie vervangen wordt,
mogen de oude flexibele koppelingen niet opnieuw
gebruikt worden.
Flexibele koppelingen zijn als toebehoren verkrijg-
baar.
1 Aansluiting ingang verwarmingswater (retour)
2 Aansluiting uitgang verwarmingswater (aanvoer)
3 Condenswaterafvoerslang
13