BRAND- EN EXPLOSIEGEVAAR
Slechte aarding, onvoldoende ventilatie, open vuur of vonken kunnen gevaarlijke situaties geven, wat kan leiden
tot brand, explosies en zware verwondingen.
D Aard zowel de apparatuur als het te spuiten voorwerp. Zie Aarding op blz. 6.
D Als u merkt dat er sprake is van statische elektriciteit of u zelfs een lichte schok krijgt terwijl u de apparatuur
bedient, stop dan onmiddellijk met spuiten/materiaaldosering. Gebruik het systeem pas weer als u de
oorzaak van het probleem kent en het probleem is verholpen.
D Zorg voor goede ventilatie met frisse lucht om te voorkomen dat er een concentratie komt van brandbare
dampen van oplosmiddelen of van het materiaal dat wordt gespoten of gedoseerd.
D Houd het spuitgebied vrij van vuil en rommel, zoals oplosmiddel, lappen en benzine.
D Haal de stekkers van alle apparatuur in het spuit- of doseergebied uit de stopcontacten.
D Doof al het open vuur en waakvlammen in het spuit- of doseergebied.
D Niet roken in het spuit- of doseergebied.
D Doe het licht in het spuit- of doseergebied niet aan of uit als u aan het spuiten bent of als er dampen hangen.
D Gebruik in de werkruimte geen benzinemotor.
GEVAREN VAN GIFTIGE MATERIALEN
Gevaarlijke spuitmaterialen of giftige dampen kunnen ernstig letsel of zelfs de dood veroorzaken als deze
in de ogen of op de huid spatten, worden ingeademd of ingeslikt.
D Zorg dat u op de hoogte bent van de specifieke gevaren van de vloeistoffen dat u gebruikt.
D Bewaar gevaarlijk vloeistof in een goedgekeurde vloeistofhouder. Voer gevaarlijke materialen af conform
alle geldende voorschriften en richtlijnen.
D Draag altijd een veiligheidsbril, handschoenen, beschermende kleding en een ademhalingsfilter, zoals
aanbevolen door de fabrikant van de gebruikte materialen en oplosmiddelen.
WAARSCHUWING
308351
5