WAARSCHUWING
SLUIT ter vermindering van brandgevaar
of de kans op ontploffing DE GASLEIDING
NIET OP DE DROOGTROMMEL AAN ALS
DE GASSERVICE NIET HETZELFDE IS
ALS DIE WELKE STAAT VERMELD OP DE
SERIEPLAAT VAN DE DROOGTROMMEL!
Het is eerst nodig om de
uitstroomopening van de gasbrander en
de gasklep om te zetten. Toepasselijke
sets voor het omzetten zijn verkrijgbaar.
Om het risico van gaslekken, brand of
explosie te verminderen, gebruik een
nieuwe flexibele connector van roestvrij
staal.
BELANGRIJK: Alle productwijzigingen of
omzettingen moeten door de Gevolmachtigde
Dealers, Distributeurs of het plaatselijk
onderhoudspersoneel van de fabrikant worden
uitgevoerd.
BELANGRIJK: De droogtrommel moet worden
afgezonderd van het leidingsysteem voor de
gastoevoer door zijn individuele handmatige
afsluitklep te sluiten tijdens het op testdruk testen
van het leidingsysteem voor de gastoevoer gelijk
aan of minder dan 3,45 kPa, 34,5 millibar (0,5 psi).
OPMERKING: Voor gaskranen met een
handbediende afsluitschakelaar op de gaskraan
beschermt de afsluitschakelaar de kraan niet tegen
deze druktest. Gebruik de aparte handbediende
afsluitkraan van de gastoevoerleiding om de
gaskraan te beschermen.
BELANGRIJK: De droogtrommel en zijn
handmatig bediende gasklep van het apparaat
moet zijn ontkoppeld van het leidingsysteem voor
gastoevoer tijdens het testen van de druk van het
systeem op testdrukken van meer dan 3,45 kPa,
34,5 millibar (0,5 psi).
BELANGRIJK: De installatie moet voldoen aan de
lokale voorschriften of, als er geen lokale
voorschriften zijn:
• aan de laatste uitgave van 'National Fuel Gas
Code,' ANSI Z223.1/NFPA 54 in de VS.
• aan CAN/CSA-B149.1 of de Natural Gas and
Propane Installation Code in Canada
36
Gasvereisten
W060DU
W774DU
© Published by permission of the copyright owner - DO NOT COPY or TRANSMIT
• In Australië en Nieuw Zeeland moet de
installatie voldoen aan de Gas Installations
Standard AS/NZS 5601 Part 1: General
Installations.
De maten van specifieke gasleidingen kunnen worden
verkregen van de gasleverancier. Zie Tabel 6 voor de
algemene leidingenmaat.
Het volgende moet door de klant worden geleverd en
geïnstalleerd voor de gasleidinglijn naar elke
droogtrommel. Zie Figuur 22.
• Bezinkselafscheiders
• Afsluitkleppen
• Toevoerdrukkranen
Het is belangrijk dat op alle gasaansluitingen van de
droogtrommel eenzelfde druk staat. Dit kan gedaan
worden door een 25,4 mm (1 inch) gasleidinglus aan te
brengen om gelijke druk te handhaven op alle
gasaansluitingen. Zie Figuur 23.
WAARSCHUWING
Er moet ter vermindering van
brandgevaar of de kans op ontploffing
een ventilatiegat naar buiten worden
voorzien in de ruimte waar de
droogtrommel is geplaatst, als de
droogtrommel op vloeibaar petroleumgas
(LPG) wordt aangesloten.
AARDGAS met alle apparaten aan (droogtrommels,
boilers, kachels, oven enz.):
Maximale gasdruk: 26,10 mbar (10,5 inch waterdruk)
Aanbevolen gasdruk: 16,20 mbar (6,5 inch waterdruk)
Minimale gasdruk: 12,40 mbar (5 inch waterdruk)
Eventueel moet een drukregelaar in de leiding worden
opgenomen als de gasdruk met alle gasapparaten aan
meer bedraagt dan 26,10 mbar (10,5 inch waterdruk).
LPG met alle apparaten aan (droogtrommels, boilers,
kachels, oven enz.):
Maximale gasdruk: 32,30 mbar (13 inch waterdruk)
Aanbevolen gasdruk: 27,40 mbar (11 inch waterdruk)
Minimale gasdruk: 24,90 mbar (10 inch waterdruk)
Voor het ombouwen van niet-CE-modellen van
aardgas naar LPG: Gas
050 serie - M4979P3
075 serie - M4454P3
W062DU
70476401 (DU)