Smering
De luchtklep wordt in de fabriek zo gesmeerd, dat deze
zonder verdere smering kan functioneren. Als u toch
extra smering wilt aanbrengen, verwijder dan de slang
van de luchtinlaat van de pomp en breng elke 500
draaiuren of elke maand twee druppeltjes machineolie
aan op de luchtinlaat.
OPGELET
Smeer de pomp niet te overdadig. Er kan dan olie uit de
geluiddemper komen, waardoor de materiaaltoevoer of
andere installaties vervuild kunnen raken. Te veel
smering kan ook de werking van de pomp verstoren.
Doorspoelen en opslag
Spoel de pomp door om te voorkomen dat de gepompte
vloeistof opdroogt of vastvriest in de pomp en die
daardoor beschadigt. Gebruik een geschikt oplosmiddel.
Spoel altijd de pomp door en laat de druk af voordat
de pomp voor een bepaalde tijd wordt opgeslagen.
Lees Drukontlastingsprocedure op pagina 11.
12 3A1949
Onderhoud
Schroefdraadverbindingen vastdraaien
Controleer alle slangen vóór ieder gebruik op slijtage
of beschadiging en vervang ze waar nodig. Controleer
of alle schroefdraadverbindingen goed vastzitten
en niet lekken.
Controleer het bevestigingsmateriaal. Waar nodig
vastdraaien of opnieuw op het juiste aanhaalmoment
draaien. Hoewel het gebruik van de pomp varieert, is een
algemene richtlijn dat deze elke twee maanden moeten
worden aangehaald. Zie Aantrekvolgorde op pagina 31.
Schema voor preventief onderhoud
Stel een preventief onderhoudsschema op gebaseerd
op het onderhoudsverleden van de pomp. Dit is vooral
belangrijk ter voorkoming van morsen of lekkage van
vloeistof als gevolg van een defecte membraan.