Opbouw en functie
MIG/MAG-lassen
5.2.10.3 Vlamboogdynamiek (smoorspoelwerking)
Met deze functie kan de vlamboog van een smalle, harde vlamboog met diepte inbranding (positieve
waarde) aan een brede en zachte vlamboog (negatieve waarde) worden aangepast.
5.2.11 Conventioneel MIG/MAG-lassen (GMAW non synergic)
Het wijzigen van het JOB-nummer is alleen mogelijk als er geen lasstroom vloeit
5.2.12 forceArc / forceArc puls
Warmtereducerende, richtingsstabiele, drukkrachtige vlamboog met diepe inbranding voor het bovenste
vermogensbereik.
•
Kleinere naadopeningshoek door diepe inbranding en richtingsstabiele vlamboog
•
Uitstekende grondlasnaad- en flanklasnaaddekking
•
Veilig lassen, ook met zeer lange draadeinden (stickout)
•
Vermindering van inbrandkerven
•
Handmatige en geautomatiseerde toepassingen
Na het selecteren van het forceArc-lasproces > zie hoofdstuk 5.2.6 staan deze eigenschappen tot uw be-
schikking.
Net zoals bij pulsvlambooglassen dient men bij forceArc-lassen vooral op de goede kwaliteit van
de lasstroomaansluiting te letten!
•
Houd lasstroomleidingen zo kort mogelijk en gebruik geschikte diameters voor de leidingen!
•
Lasstroomleidingen, lastoortsleidingen en leidingen van eventueel tussenslangpakket volledig afrollen.
Lussen vermijden!
•
Gebruik de hoog vermogen aangepaste lastoorts, indien mogelijk watergekoeld.
•
Bij het lassen van staal, gebruik tevens lasdraad met toereikend koper. De draadspoelen moeten
laagspoelen zijn.
Onstabiele vlamboog!
Niet volledig afgerolde lasstroomleidingen kunnen storingen (flakkeren) van de vlamboog
veroorzaken.
•
Lasstroomleidingen, lastoortsleidingen en leidingen van eventueel tussenslangpakket volledig
afrollen. Lussen vermijden!
42
Afbeelding 5-24
Afbeelding 5-25
Afbeelding 5-26
3s
099-005699-EW505
16.6.2023