Hoofdstuk 6. Sequencer (weergeven)
Partij-instellingen [F2 (PART)]
PATTERN PART-scherm (enkel voor User-patronen)
fig.06-Part_70
De achtergrondpartij instellen
[F1 (BACKING)]
Hier kunt u het instrument selecteren voor de achtergrondpartijen
(andere partijen dan de drumkitpartij en de percussiepartij) enz.
1. Druk op [PATTERN] – [F2 (PART)].
Het "PATTERN PART"-scherm verschijnt.
2. Druk op [F1 (BACKING)].
Het "MELODY (BASS, BACKING1, BACKING2) PART"-
scherm verschijnt.
fig.06-Backing_70
3. Druk op [F1]–[F4] om de in te stellen partij te
selecteren.
[F1]: Melody Part
[F2]: Bass Part
[F3]: Backing 1 Part
[F4]: Backing 2 Part
4. Druk op [CURSOR (omhoog/omlaag)] om de
parameter te selecteren.
5. Gebruik [+/-] of [VALUE] om instellingen te maken.
Parameter
Waarde
Inst
Raadpleeg de
Lijst van de
achtergrond-
instrumenten (p.
94)
Key Shift
-24–0– +24
56
Beschrijving
Partij-instrument
Verschuift de algemene
toonhoogte (in stappen
van een halve toon).
Parameter
Waarde
Bend
0– +24
Range
Instrumentnummers/Instrumentnamen
U kunt de klank veranderen door het instrumentnummer
te veranderen. Het selecteren van verschillende variaties
binnen elk instrumentnummer verandert de instrument-
naam, waarbij een andere klank wordt geselecteerd.
Instrumentnummers stemmen overeen met de
programmanummers (1-128).
Variatietonen
Dit zijn licht gevarieerde toontypes binnen een
instrumentnummer. Het aantal variatietonen verschilt
volgens het instrumentnummer.
fig.06-Variation_70
Instrumentnaam
Master Tuning
Hier kunt u de algehele afstemming van de Melody-, Bass-,
Backing 1- en Backing 2-partijen regelen.
1. Druk op [PATTERN] – [F2 (PART)] – [F2
(BACKING)] – [F5 (M TUNE)].
Het "MASTER TUNE"-scherm verschijnt.
fig.06-Tune_70
2. Gebruik [+/-] of [VALUE] om instellingen te maken.
Master Tune: 415,3–466,2Hz
* U kunt dit instellen op 440,0 Hz door op [F5 (440 Hz)] te
drukken.
Beschrijving
Hoeveelheid toon-
hoogteverandering
Pitch Bend op het
maximumniveau (in
stappen van een halve
toon).
Aantal variatietonen