Verschillende manieren om de ingangskanalen te bedienen
De functie van de codeurs selecteren
Als de PM5D op standaard is ingesteld, controleren de
codeurs van de INPUT en ST IN/FX RTN channel strip
zendniveaus van MIX-bussen 1–24. U kunt de
verschillende ENCODER MODE-toetsen echter gebruiken
om een van de volgende functies te kiezen voor de codeurs.
Toets
Codeurfunctie
MIX SEND SELECT
Zendniveaus naar de MIX-
[1]–[24]-toetsen
bussen 1–24
[PAN]-toets
Pan (balans)
Ingangsgevoeligheid
[GAIN/ATT]-toets
voorversterker
[GAIN/ATT]-toets
Attenuator
Ingangsniveau voor de momen-
[ALT LAYER]-toets
teel niet-geselecteerde laag
*1. In de INPUT channel strip verhouden de lagen CH 1-24 en
CH 25-48 zich tot elkaar als "voor/achter". In de ST IN/FX RTN
channel strip verhouden de lagen ST IN 1-4 en FX RTN 1-4 zich tot
elkaar als "voor/achter".
De op dat moment geselecteerde functie wordt
weergegeven door de toets die oplicht en door de
indicator van de codeurmodus.
Als u herhaaldelijk op de toets [PAN] of [ALT LAYER]
drukt, wordt er afgewisseld tussen de met die toets geselec-
teerde functie en het zendniveau van de MIX-bus. Door
herhaaldelijk op de toets [GAIN/ATT] te drukken, wordt er
afgewisseld tussen de volgende drie mogelijkheden:
ingangsgevoeligheid van de interne voorversterker
verzwakker ¡ zendniveau van de MIX-bus.
Tip
Als de toets [FLIP] in het gedeelte FADER is ingeschakeld,
worden de functies van de codeurs en faders verwisseld.
De functie toegewezen aan de bedieningstoetsen wanneer de toets [FLIP] is ingeschakeld (de led brandt) is als volgt
afhankelijk van de huidige codeurmodus.
Toets
Codeur-
[FLIP]
modus
MIX
Zendniveau van kanaal naar
SEND
MIX-bus
PAN
Pan (balans)
Uit
GAIN/
Ingangsgevoeligheid voorverster-
ATT
ker/verzachter
ALT
Ingangsniveau (huidige niet-gese-
LAYER
lecteerde laag) van het kanaal
MIX
Ingangsniveau (huidige geselec-
SEND
teerde laag) van het kanaal
Pan van het signaal verstuurd van
kanalen (van de huidige geselec-
PAN
teerde laag) naar de gekoppelde
MIX-bussen (niet geldig als de
MIX-kanalen niet zijn gekoppeld)
Aan
GAIN/
Ingangsgevoeligheid voorverster-
ATT
ker/verzachter
Zendniveau van kanaal (huidige
ALT
niet-geselecteerde laag) naar
LAYER
MIX-bus
Opmerking
De DCA channel strip en STEREO A/B channel strip worden niet beïnvloed door de aan/uit-status van de toets [FLIP].
Display
1–24
Pn
HA
At
AL
*1
¡
Functie van elke bedieningstoets
Codeur
Toets ENCODER [ON]
Aan/uit-status van het signaal
verstuurd van het kanaal naar de
MIX-bus
Aan/uit-status van het signaal
verstuurd van het kanaal naar de
STEREO-bus
Geen functie
Kanaal (huidige niet-geselec-
teerde laag) aan/uit
Kanaal (huidige geselecteerde
laag) aan/uit
Kanaal (huidige geselecteerde
laag) aan/uit
Geen functie
Aan/uit-status van het signaal ver-
stuurd van het kanaal (huidige
niet-geselecteerde laag) naar de
MIX-bus
PM5D/PM5D-RH V2 / DSP5D Gebruikershandleiding
De fader- en codeurfuncties wisselen
U kunt de toets FADER [FLIP] gebruiken om de
functies te verwisselen die zijn toegewezen aan de faders
of codeurs van de channel strip.
Met de standaardinstelling (toets FADER [FLIP] uit),
controleren de faders bijvoorbeeld de ingangsniveaus van
de ingangskanalen en controleren de codeurs de
zendniveaus naar de MIX-bussen. Als u dan op de toets
FADER [FLIP] drukt zodat de led gaat branden,
controleren de faders de zendniveaus naar de MIX-bussen
en de codeurs de ingangsniveaus van de ingangskanalen.
Controleer het zendniveau
en de aan/uit-status van het
signaal verstuurd van het
kanaal naar de MIX-bussen.
➠
Controleer het
ingangsniveau van het
kanaal en de aan/uit-status
Fader
Ingangsniveau (hui-
dige geselecteerde
laag) van het kanaal
Zendniveau van
kanaal (huidige gese-
lecteerde laag) naar
MIX-bus
Gedeelte Bediening
Controleer het
ingangsniveau van het
kanaal en de aan/uit-status
Controleer het zendniveau
en de aan/uit-status van het
signaal verstuurd van het
kanaal naar de MIX-bussen.
Toets CH [ON]
Kanaal (huidige gese-
lecteerde laag) aan/uit
Aan/uit-status van het
signaal verstuurd van
het kanaal (huidige
geselecteerde laag)
naar de MIX-bus
49
5