Waarschuwing
Als het voertuig op een helling omslaat of gaat
rollen, kan dit ernstig letsel veroorzaken.
• De extra tractie die de differentieelgrendel biedt,
kan genoeg zijn om u in gevaarlijke situaties te
brengen, zoals oprijden van hellingen die te steil
zijn om te draaien. Wees extra voorzichtig als u
werkt met ingeschakelde differentieelgrendel,
speciaal op steile hellingen.
• Als de differentieelgrendel is ingeschakeld terwijl
u bij hoge snelheid een scherpe bocht maakt, en
het binnenste achterwiel van de grond komt,
kunt u de controle over het voertuig verliezen,
waarbij de kans bestaat dat het voertuig gaat
slippen (zie het hoofdstuk Differentieelgrendel
gebruiken). Gebruik de differentieelgrendel
uitsluitend bij lage snelheden.
Vierwielaandrijving
Uitsluitend bij vierwielaandrijving
De "automatische" vierwielaandrijving op dit voertuig hoeft
niet door de bestuurder in werking te worden gesteld. De
voorwielaandrijving wordt pas gebruikt (er wordt geen kracht
overgebracht op de voorwielen) als de achterwielen grip
beginnen te verliezen. De tweerichtingskoppeling voelt dat de
achterwielen slippen, en stelt vervolgens de
voorwielaandrijving in werking en brengt kracht over op de
voorwielen. De vierwielaandrijving blijft kracht overbrengen
op de voorwielen totdat de achterwielen weer voldoende
tractie hebben om het voertuig voort te bewegen zonder te
slippen. Als het zover is, stopt het systeem met de aandrijving
van de voorwielen en de gebruikseigenschappen worden weer
vergelijkbaar met die van een voertuig met
tweewielaandrijving. De vierwielaandrijving werkt zowel in
de vooruit als de achteruit, maar bij bochten zullen de
achterwielen iets langer slippen voordat de
voorwielaandrijving wordt geactiveerd.
Waarschuwing
Als het voertuig op een helling omslaat of gaat
rollen, kan dit ernstig letsel veroorzaken.
• De extra tractie die de vierwielaandrijving biedt,
kan genoeg zijn om u in gevaarlijke situaties te
brengen, zoals oprijden van hellingen die te steil
zijn om te draaien. Wees voorzichtig als u werkt,
speciaal op steile hellingen.
Transport van het voertuig
Om het voertuig over grote afstanden te verplaatsen, moet u
een aanhanger gebruiken. Zorg ervoor dat het voertuig
stevig is bevestigd aan de aanhanger. Zie Figuren 29 en 30
voor de plaats van de bevestigingspunten.
Het voertuig slepen
In noodgevallen kan het voertuig over een korte afstand
worden gesleept. TORO raadt echter aan hiervan geen
standaardprocedure te maken.
Waarschuwing
Als u het voertuig bij een te hoge snelheid sleept,
kunt u de macht over het stuur verliezen. Sleep het
voertuig nooit sneller dan 8 km per uur.
Het voertuig moet worden gesleept door twee personen.
Bevestig een sleepkabel aan de gaten in de voorzijde van
het frame. Zet de schakelhendel in de neutraalstand en zet
de parkeerrem vrij. Als de machine over een grote afstand
moet worden verplaatst, dient u dit te vervoeren op een
vrachtwagen of een aanhanger.
Opmerking: De stuurbekrachtiging zal niet functioneren,
waardoor de besturing wordt bemoeilijkt (er is meer
kracht nodig).
Figuur 29
1. Ogen in frame
1
Figuur 30
1. Buis van achteras
36
1
2
2. Koppelplaat