3
Geavanceerde
afdrukinstellingen
In dit hoofdstuk worden de afdrukopties en geavanceerde afdruktaken
beschreven.
O
:
PMERKING
• Het venster Eigenschappen van het printerstuurprogramma
in de gebruikershandleiding verschilt mogelijk van het venster
dat u ziet, omdat dit afhankelijk is van de gebruikte printer. Het
printereigenschappenvenster bestaat echter uit vrijwel dezelfde
onderdelen.
• De exacte naam van de printer vindt u op de bijgeleverde cd-rom.
In dit hoofdstuk treft u de volgende onderwerpen aan:
•
Verschillende pagina's afdrukken op één vel papier
(N op een vel)
•
Posters afdrukken
•
Een document verkleind of vergroot afdrukken
•
Een document aan een geselecteerd papierformaat aanpassen
•
Watermerken afdrukken
•
Overlays gebruiken
Verschillende pagina's afdrukken
op één vel papier (N op een vel)
U kunt desgewenst een aantal pagina's op één vel afdrukken. Als u meer
1
2
dan één pagina per vel afdrukt, worden de pagina's verkleind en in de
door u opgegeven volgorde gerangschikt. U kunt op één vel maximaal
16 pagina's afdrukken.
3
4
1
2
3
4
5
6
12
Geavanceerde afdrukinstellingen
Als u de afdrukinstellingen vanuit de softwaretoepassing wilt wijzigen,
opent u het eigenschappenvenster van de printer. Zie "Een
document afdrukken" op pagina 6.
Selecteer op het tabblad Lay-out de optie Meerdere pagina's per
kant in de vervolgkeuzelijst Type lay-out.
Selecteer in de vervolgkeuzelijst Pagina's per kant het aantal
pagina's dat u wilt afdrukken op één vel papier (1, 2, 4, 6, 9 of 16).
Selecteer, indien nodig, de paginavolgorde in de vervolgkeuzelijst
Paginavolgorde.
Schakel het selectievakje Paginakader afdrukken in als u een rand
om elke pagina op het vel wilt afdrukken.
Klik op het tabblad Papier en selecteer de papierlade, het papierformaat
en de papiersoort.
Klik op OK en druk het document af.