Foutmeldingen
Storingsc
Melding op het
ode
display
U100087
I/O-regelaar
U100088
I/O-regelaar
P060745
IOC MPU
P060742
IOC MPU
C1F0612
Opstartsignaal
Sensorsignaal
C1E0111
voor bladdiepte
Sensorsignaal
C1E0112
voor bladdiepte
C1D0115
Startmotor
C1D0111
Startmotor
Voeding extern
C1D0711
apparaat
Voeding extern
C1D0712
apparaat
C1D0815
AUX1
C1D0811
AUX1
C1D0215
AUX2
C1D0211
AUX2
46 –
Dutch
OPSPOREN VAN STORINGEN
Indicatie op de
DTC-beschrijving
machine
Geen CAN-
communicatie
Motor kan niet
worden gestart.
Machinefuncties
Softwaredownload
kunnen niet worden
mislukt
bediend.
Fout in
programmageheugen
Algemene fout in
geheugen
Motor kan niet
Kortsluiting naar accu
worden gestart.
Bladdiepte kan niet
Kortsluiting naar
worden
massa
weergegeven.
Aanslag van
bladdiepte kan niet
worden gebruikt.
Kortsluiting naar accu
Startmotor kan niet
Kortsluiting naar accu
worden bediend.
of open circuit
Zagen kan niet
worden voortgezet.
Kortsluiting naar
Motor kan niet
massa
worden gestart.
Kortsluiting naar
Zagen kan niet
massa
worden voortgezet.
De sensorwaarden
Kortsluiting naar accu
kunnen mogelijk niet
worden uitgelezen.
Kortsluiting naar accu
of open circuit
AUX1 kan niet door
de HMI worden
bediend.
Kortsluiting naar
massa
Kortsluiting naar accu
AUX2
of open circuit
(koppelschotel) kan
niet via de HMI
worden bediend.
Kortsluiting naar
massa
Mogelijke handeling
Controleer de connectoren X1, X4, X14 en de
kabelboom van het chassis op beschadigingen. Als
schade wordt gevonden, repareer het systeem en start
opnieuw. Reset de foutcode.
Neem als het probleem zich nog steeds voordoet,
contact op met uw servicewerkplaats voor verdere
informatie.
Neem contact op met de servicewerkplaats.
Neem voor meer informatie contact op met uw
servicewerkplaats.
Controleer de sleutelschakelaar, de connectors X30
en X32 en de kabelboom op beschadiging. Als schade
wordt gevonden, repareer het systeem en start
opnieuw. Reset de foutcode.
Koppel de sensor los en reset de foutcode. Als de
foutcode niet langer wordt weergegeven, controleer de
sensor en de kabelboom van de sensor.
Controleer de connectoren X13 en X14 evenals de
kabelboom naar de sensoren op beschadigingen. Als
schade wordt gevonden, repareer het systeem en start
opnieuw. Reset de foutcodes.
Neem voor meer informatie contact op met uw
servicewerkplaats.
Controleer op schade aan de X14- en X1-connector en
de kabelboom. Als schade wordt gevonden, repareer
het systeem en start opnieuw. Reset de foutcode.
Neem als het probleem zich nog steeds voordoet,
contact op met uw servicewerkplaats voor verdere
informatie.
Controleer de kabels naar:
Bladdieptesensor en sensor zelf
E-track positiesensor en sensor zelf
Startschakelaar neutraal en schakelaar zelf
Schakelaar voor omhoog/omlaag en schakelaar zelf
Waterveiligheidsschakelaar en schakelaar zelf
Controleer K4 in de relais-/zekeringkast.
Controleer op schade aan de X14-connector, de
kabelboom naar of de connector op de relais-/
zekeringkast. Als schade wordt gevonden, repareer
het systeem en start opnieuw. Reset de foutcode.
Neem als het probleem zich nog steeds voordoet,
contact op met uw servicewerkplaats voor verdere
informatie.
Controleer K5 in de relais-/zekeringkast.
Controleer op schade aan de X14-connector, de
kabelboom naar of de connector op de relais-/
zekeringkast. Als schade wordt gevonden, repareer
het systeem en start opnieuw. Reset de foutcode.
Neem als het probleem zich nog steeds voordoet,
contact op met uw servicewerkplaats voor verdere
informatie.