12 Energiemeting
Behalve de documentatie van de efficiency van de in-
stallatie, wordt door EEWärmeG (Duitse wet op het
gebruik van duurzame energie voor verwarming) ook
een warmtehoeveelheidsmeting (hierna WHM) ver-
plicht. De WHM is bij lucht-waterwarmtepompen voor-
geschreven. Bij brine-water- en water-waterwarmte-
pompen moet een WHM pas vanaf een aanvoertem-
peratuur ≥ 35 °C worden geïnstalleerd. De WHM moet
de complete warmte-energieafgifte (verwarming en
warm tapwater) aan het gebouw registreren. Bij warm-
tepompen met een warmtehoeveelheidsmeting ge-
beurt de analyse via de regelaar. Deze geeft in kWh
de thermische energie aan die in het verwarmingssys-
teem werd afgegeven.
13 Bedrijf
Dankzij uw besluit om een warmtepomp of warmte-
pompsysteem te gaan gebruiken, zult u jarenlang bij-
dragen aan de bescherming van het milieu vanwege
de geringe emissies en het lage primaire energiever-
bruik.
Als u uw warmtepomp of warmtepompinstallatie op ef-
ficiënte en milieuvriendelijke wijze als verwarming wilt
gebruiken, let dan op het volgende:
ENERGIEBESPARINGSTIP
€
Vermijd onnodig hoge aanvoertemperaturen.
Hoe lager de aanvoertemperatuur aan de cv-
waterzijde, des te efficiënter werkt de instal-
latie.
ENERGIEBESPARINGSTIP
€
Ventileer ruimtes liever kort en krachtig. Deze
manier van ventileren vermindert het ener-
gieverbruik in vergelijking met voortdurend
openstaande ramen en bespaart energie.
Het warmtepompsysteem wordt bediend en gestuurd
met de warmtepomp- en verwarmingsregelaar.
AANWIJZING
Let op de juiste instellingen van de regelaars.
Gebruiksaanwijzing van de verwarmings- en
warmtepompregelaar
6
Technische wijzigingen voorbehouden | 83053700kNL – Vertaling van de originele gebruikershandleiding | ait-deutschland GmbH
14 Koeling
In principe zijn er twee mogelijkheden om de warmte-
pomp voor de klimaatregeling van ruimten in te zetten:
de 'passieve koeling' en de 'actieve koeling'.
Het wezenlijke verschil vormt hier het compressorbe-
drijf. Terwijl bij de passieve koeling de compressor niet
benodigd is (dus passief is), werkt de compressor bij
de actieve koeling wel (is dus actief).
Een ander onderscheid bestaat erin dat met de warm-
tebronnen aardbodem en grondwater zowel een pas-
sieve als een actieve koeling mogelijk is. Met de warm-
tebron buitenlucht is echter alleen een actieve koeling
mogelijk.
De passieve koeling is de goedkopere variant. Ook is
de temperatuurverlaging van 3-4 K dikwijls absoluut
voldoende om in de zomer een behaaglijk ruimtekli-
maat te creëren.
Met de actieve koeling is daarentegen een hoger koel-
vermogen mogelijk.
De passieve koeling maakt gebruik van het feit dat
aardbodem en grondwater vanaf ongeveer 8 meter
diepte het hele jaar door ongeveer 9 °C, tot 10 °C in
de zomer, koeler zijn dan de buitenlucht resp. binnen-
ruimten.
Dit temperatuurverschil volstaat om met aardbodem
en grondwater een gebouw te koelen. Om direct te
koelen, kunnen aanvullend ventilatorconvectoren,
koelmantels, vloerverwarmingen of betonkernactive-
ring worden ingezet.
LET OP
Door de koeling met lage aanvoertempera-
turen is condensvorming aan het warmtever-
deelsysteem door onderschrijding van het
dauwpunt te verwachten. Als het warmtever-
deelsysteem niet op dergelijke bedrijfsom-
standigheden voorzien is, dient het met ge-
schikte veiligheidsinrichtingen, bijv. dauw-
puntbewakingen (als toebehoren te koop), te
worden beveiligd.
VERWIJZING
Indien de verwarmingsvlakken voor verwar-
men en koelen worden gebruikt, moeten de
regelkleppen voor verwarmen en koelen ge-
schikt zijn.
Aanvullend dient bij koeling een dauwpuntbe-
waking te worden ingezet.
AANWIJZING
Aanbevolen toebehoren dauwpuntbewaking
inzetten.