6
> 0,1 m
1
Condensafvoerbuis
2
Adapter
3
Kabelbinder
1.
Neem de verschillende inbouwmaten van de producten
in acht.
Product
Maat
–
VWL 55/2
A
B
–
VWL 85/2
A
–
VWL 115/2
B
–
VWL 155/2
2.
Trek de verwarmingsdraad (6) in de condensbak tot in
de bocht (4).
3.
Verbind de bocht (4) en adapter (2) met de afdichting
(5) en beveilig beide met den kabelbinder (3).
4.
Verbind een condensafvoerbuis met de bocht.
5.
Installeer de verwarmingsdraad in de condensafvoer-
buis (1) om te verhinderen dat de condens in de leiding
bevriest.
6.
Verbind de adapter (2) met de bodemplaat van het pro-
duct en borg deze met een kwartdraai.
0020186581_02 aroTHERM Installatiehandleiding
A
3 6 5
2
5
3
1
4
Ø 2
5
4
Bocht
5
Dichting
6
Verwarmingsdraad
Waarde
70,0 mm
490,0 mm
102,5 mm
550,0 mm
Montage en installatie 5
7.
Laat de condensafvoerbuis in een grindbed eindigen.
Aanwijzing
De condensafvoerbuis mag niet langer dan
365 mm zijn, omdat deze anders kan bevrie-
zen.
8.
Plaats de condensafvoerleiding met een verval.
5.4
Elektrische installatie uitvoeren
B
1
30 mm max.
1
Aansluitdraden
Gevaar!
Levensgevaar door elektrische schok bij
ondeskundige elektrische aansluiting!
Een ondeskundige elektrische installatie
kan het veilige gebruik van het product beïn-
vloeden en tot lichamelijk letsel en materiële
schade leiden.
▶
De elektrische aansluiting mag alleen
worden uitgevoerd door een geautori-
seerde installateur die verantwoordelijk
is voor de naleving van de bestaande nor-
men en richtlijnen.
1.
Ontmantel de buitenste omhulling van flexibele leidin-
gen slechts maximaal 3 cm.
2.
Bevestig de aders in de aansluitklemmen.
5.4.1
Stroomvoorziening tot stand brengen
De externe netaansluitkabel moet geaard zijn, met de juiste
polariteit en volgens de geldende voorschriften aangesloten
worden.
▶
Controleer of de netaansluitkabel correct aangesloten is.
De kabels die de zekeringkast met het product verbinden,
moeten:
–
geschikt zijn voor een vaste installatie,
–
weerbestendig zijn,
–
met een voor het productvermogen nodige aderdoor-
snede uitgerust zijn.
▶
Sluit het product via een vaste aansluiting en een schei-
dingsinrichting met een contactopening van minstens 3
mm (bijv. zekeringen of vermogensschakelaar) aan.
Om aan de vereisten van de overspanningscategorie II te
voldoen, zijn eventueel bijkomende beveiligingen nodig.
Voor de voorwaarden van de overspanningscategorie III
moeten de scheidingsinrichtingen een volledige scheiding
van de stroomtoevoer garanderen.
2
2
Isolatie
17