Berichten
• Voorbeeld: hiermee geeft u het bericht weer.
Opmerking: U kunt aan elke pagina één keer
tekst, een afbeelding en een geluid toevoegen.
4. Herhaal stap 2 totdat het bericht klaar is.
5. Als u de toegevoegde objecten wilt wijzigen,
drukt u op de toets Omhoog of Omlaag om een
object te markeren en drukt u op de
middentoets of op de functietoets Opties om de
optielijst weer te geven.
Opmerking: De beschikbare opties variëren
afhankelijk van het type object dat u hebt
geselecteerd in het berichtscherm.
De volgende opties zijn beschikbaar:
• Tekst/Foto/Afbeelding/Geluid bewerken:
hiermee kunt u tekst wijzigen of de afbeelding
of het geluid vervangen.
• Pagina toevoegen: hiermee kunt u maximaal
vijf pagina's toevoegen. Als u een pagina hebt
toegevoegd, wordt op het display het huidige
paginanummer vermeld met de voor de pagina
gebruikte geheugenruimte. U kunt naar een
andere pagina gaan met de toets Links of
Rechts op het berichtscherm.
• Tekst/Foto/Afbeelding/Geluid
verwijderen: hiermee kunt u het object uit
het bericht verwijderen.
• Duur: hiermee kunt u instellen wanneer en
hoe lang de tekst, een afbeelding of een geluid
wordt weergegeven in het
berichtweergavescherm. Als u een duur instelt
die korter is dan de inhoudsduur voor een
bepaalde pagina, wordt de inhoudsduur
automatisch verminderd.
• Verzenden: hiermee kunt u het bericht
verzenden.
84
• Opslaan: hiermee slaat u het bericht voor
later gebruik op in het vak MMS concepten of
MMS standaardberichten.
• Profielen: hiermee kunt u de instellingen van
het bericht wijzigen. Zie pagina 105 voor meer
informatie over de opties voor instellingen.
• Voorbeeld: hiermee geeft u het bericht weer.
6. Wanneer het bericht klaar is, markeert u de
optie Verzenden en drukt u op de middentoets
of op de functietoets Kies.
7. Selecteer Aan, CC of BCC en druk op de
middentoets of op de functietoets Kies.
8. Kies een van de volgende opties en druk op de
middentoets of op de functietoets Kies:
• Contacten: hiermee kunt u een nummer of
een e-mailadres ophalen uit de lijst Contacten.
• Telefoonnummer: hiermee kunt u het
gewenste telefoonnummer intoetsen.
• E-mail: hiermee kunt u het e-mailadres van
de ontvanger invoeren.
9. Voer een telefoonnummer of e-mailadres in, of
selecteer een nummer in Contacten.
10. Wanneer het juiste nummer of adres wordt
weergegeven, drukt u op de middentoets of op
de functietoets Ok.
11. Als u een bestemming wilt toevoegen, markeert
u Contacten toevoegen en drukt u op de
middentoets of op de functietoets Kies. Herhaal
deze procedure vanaf stap 7.
Als u een bestemming wilt bewerken, selecteert
u er een en drukt u op de middentoets of op de
functietoets Opties. U kunt de bestemming
wijzigen of verwijderen.
Berichten
85