.2.55
ProtecTor
Deurafscherming met nieuwe afmetingen
Installatie- en gebruikshandleiding
14 Storingen
14.1 Alle ProtecTor
Storing
Het schoepenrad draait niet goed
rond
Luchtstroom wordt niet warm in
verwarmingsmodus
Ventilatoren zuigen geen of te wei-
nig lucht aan
Waterlekkage
Apparaat maakt te veel lawaai
14.2 AC-draaistroommotor met motoraansluitdoos type ...66/76
Storing
Ventilator draait niet met ingescha-
kelde motor en brandend contro-
lelampje
Ventilator draait niet met inge-
schakelde motor en niet-brandend
controlelampje
14.3 EC-wisselstroommotor met motoraansluitdoos type ...68/78
Storing
Ventilator draait niet bij ingescha-
kelde spanning en stuursignaal >
ca. 1,5 VDC
Ventilator draait niet 100% bij max.
stuursignaal 10 VDC
Zie voor verdere storingsmeldingen ook de gebruiksaanwijzing van de betreffende ventilator
48
Mogelijke oorzaak
Onbalans van de draaiende delen
onvoldoende debiet van het verwarmingsmedium
Lucht in de warmtewisselaar
Luchtstroom is onderbroken resp. belemmerd, bijv. door vervuilde
filters of warmtewisselaar
Verkeerde draairichting
Defecte warmtewisselaar
hydraulische aansluiting niet correct
Toerental te hoog
Luchtaanzuig-/uitblaasopening geblokkeerd
Mogelijke oorzaak
Ingestelde temperatuur te laag
Deurcontact is uitgeschakeld
Netvoeding ontbreekt
Stuurspanning ontbreekt
Kabelverbinding onderbroken
Thermisch contact van de ventilator is geactiveerd (gevaar voor
oververhitting)
Mogelijke oorzaak
Mechanische blokkering
Ventilatorstoringsmelding, storingscontact open
Stuurspanningspolen verkeerd aangesloten
Temperatuurbewaking werd geactiveerd
Actief temperatuurmanagement actief (motor of elektronica
oververhit)
Oplossing
Reinig het apparaat. Als er na reiniging nog steeds sprake is van
onbalans, vervang dan het apparaat.
Let er bij de reiniging op dat geen balansklemmen worden verwij-
derd.
Aanvoer verwarmingsmedium (verwarmingsleiding, boiler) controle-
ren en storing verhelpen
Warmtewisselaar ontluchten
Luchtdoorstroming herstellen; filters vervangen en/of warmtewisse-
laar reinigen
Draairichting controleren
Warmtewisselaar evt. vervangen
Aanvoer en retour controleren, evt. aanhalen
kies een lagere snelheid, indien mogelijk
Luchtwegen vrijmaken
Oplossing
Verhoog instelling
Controleer het deurcontact, overbrug indien nodig
Controleer de zekeringen in de subdistributie
Controleer de stuurzekering in de schakelkast
Controleer kabelverbindingen
Controleer de motortemperatuur en laat afkoelen indien nodig.
Oorzaak van oververhitting vaststellen (bijv. motor geblokkeerd,
aanzuigtemperatuur te hoog, vuil filter); apparaat uit- en weer
inschakelen
Oplossing
Uitschakelen, spanningsvrij maken en mechanische blokkering
verwijderen
Zoek en verhelp de oorzaak van de fout, schakel zo nodig het appa-
raat uit en weer in
Stuurspanning correct aansluiten
Motor laten afkoelen, oorzaak van de storing vinden en verhelpen,
evt. herinschakelblokkering deactiveren
Controleren of luchtwegen vrij zijn; eventueel vreemde voorwerpen
verwijderen, schoepenrad is geblokkeerd of vervuild; temperatuur
van aanvoerlucht controleren; inbouwruimte controleren (luchtsnel-
heid over koellichaam)