4 6 Contra-indicaties en beperkingen
De rij- en remhulp mag niet worden gebruikt als:
•
de bedienende persoon geen instructies/training voor het product heeft gehad
•
de bedienende persoon lichamelijk en/of geestelijk niet in staat is het apparaat veilig te bedienen
•
er sprake is van sterk verminderd gezichtsvermogen en/of blindheid
•
meer dan één persoon tegelijk moet worden vervoerd
•
de bediende persoon niet voldoende gezichtsvermogen heeft
•
de remwerking door regen, vochtigheid, sneeuw of ijzel/ijs wordt verminderd
•
de remwerking niet functioneert
•
de route roltrappen of loopbanden bevat
•
zich medische apparatuur met bijv. levensondersteunende functies of diagnoseapparatuur in de
buurt bevindt
•
het beoogde gebruik niet mogelijk is
•
voorwerpen moeten worden vervoerd
4 7 Gebruikersgroep
De rij- en remhulp is voor gebruik door:
•
verplegend personeel en
•
leken
bedoeld.
De gebruikers worden door middel van instructies getraind voor het gebruik van het apparaat.
10