6.2
Lading van de kraanweegschaal
Om de correcte weegresultaten te bereiken dienen de volgende regels te worden
gevolgd – tekeningen, zie volgende bladzijde:
Enkel apparatuur voor ophangen van de lading gebruiken die het ophangen op
één punt en vrij hangen van de last waarborgen.
Gebruik geen te grote elementen voor het ophangen van de lading die het
ophangen op één punt niet verzekeren.
Geen meervoudige hijsbanden gebruiken.
De lading bij belaste weegschaal niet trekken of duwen.
De haak niet horizontaal trekken.
De weegschaallading
1. Plaats de kraanweegschaal boven de lading.
2. De kraanweegschaal zodanig dalen dat het ophangen van de lading op de
weegschaalhaak mogelijk wordt. Nadat de juiste hoogte wordt bereikt, de
snelheid reduceren.
3. De lading ophangen. Zorg ervoor dat de vergrendeling is gesloten. Bij bevestiging
van de lading met hijsbanden, controleer dat de hijsbanden volledig op de zadel
van de weegschaalhaak rusten.
4. De lading langzaam hijsen.
Bij bevestiging van de lading met hijsbanden, controleer dat de lading uitgewogen
is en de hijsbanden correct zijn ingesteld.
19
HFD-BA-nl-1811