11.7.1
Voorbereidingen
•
•
•
•
11.7.2
Gebruik in de winter
Bij gebruik in de winter ontstaat door het bewonen van de camper bij lage temperaturen
condenswater. Om een goede luchtkwaliteit te garanderen en schade aan de camper
door condenswater te voorkomen, is voldoende ventilatie heel belangrijk.
•
•
•
➢ Eventueel condenswater kan gewoon worden afgeveegd.
11.7.3
Na het winterseizoen
•
•
CAR-0000-00NL
Controleer de camper op lak- en roestschade. Indien nodig, schade herstellen.
Zorg ervoor dat er geen water in de bodemventilatie-openingen en in de verwarming
kan binnendringen.
Bescherm de metalen onderdelen aan de bodemplaat tegen roest met een product op
basis van wax.
Conserveer de gelakte buitenoppervlakken met een daarvoor bestemd middel.
Zet in de opwarmfase van de camper de verwarming op de hoogste stand en open de
bovenkastjes, de gordijnen en de rolgordijnen. Dit zorgt voor een optimale ventilatie
en ontluchting.
Verwarm alleen met geactiveerd luchtcirculatiesysteem.
In de ochtend alle meubelkussens rechtop zetten, de kastjes luchten en natte plekken
drogen.
De onderzijde van het voertuig en de motor grondig wassen. Daardoor worden corro-
sieve dooimiddelen (zouten, loogresten) verwijderd (laten uitvoeren door een geauto-
riseerde service-werkplaats).
Van buiten reinigen en panelen met normale autowas conserveren.
Onderhoud
11
187