8 Bedienings- en weergavefuncties
8.9.7
Max. gewenste aanvoertemperatuur in de
buffertank instellen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie [Buf-
fertank ----] → max. gewenste aanvoertemp. WW
–
Met deze functie kunt u de maximale gewenste aanvoer-
temperatuur van de buffertank voor de tapwatermodule
instellen. De in te stellen max. gewenste aanvoertempe-
ratuur moet lager zijn dan de max. aanvoertemperatuur
van de warmteopwekker. Zolang de gewenste tempera-
tuur van de boiler niet bereikt is, geeft de thermostaat de
warmteopwekker niet vrij voor de verwarmingsmodus.
In de installatiehandleiding van de warmteopwekker vindt u
de maximale gewenste aanvoertemperatuur, die de warmte-
opwekker kan bereiken.
Bij te laag ingestelde max. gewenste aanvoertemperatuur
kan de tapwatermodule niet de gewenste temperatuur van
de boiler beschikbaar stellen.
8.10
Zonnecircuit
8.10.1 Collectortemperatuur aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Collectortemperatuur
–
Met deze functie kunt u de actuele temperatuur aan de
collectortemperatuurvoeler aflezen.
8.10.2 Status van de zonnepomp aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Status zonnepomp
–
Met deze functie kunt u de actuele status van de zonne-
pomp (aan, uit) aflezen.
8.10.3 Looptijd van de zonnepomp aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Looptijd zonnepomp
–
Met deze functie kunt u de gemeten bedrijfsuren van de
zonnepomp sinds de ingebruikneming of sinds de laatste
reset aflezen.
8.10.4 Looptijd van de zonnepomp resetten
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Looptijd resetten
–
Met deze functie kunt u de opgetelde bedrijfsuren van de
zonnepomp op nul zetten.
8.10.5 Waarde van de zonneopbrengstvoeler
aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Zonneopbrengstvoeler
–
Met deze functie kunt u de actuele waarde van de zonne-
opbrengstvoeler aflezen.
8.10.6 Doorstromingshoeveelheid zonnecircuit
instellen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Doorstr.hoeveelheid zonnesysteem
–
In deze functie voert u de waarde van de volumestroom
in. Deze waarde dient voor de berekening van de zonne-
opbrengst.
16
Als in het systeem een VMS 70 geïnstalleerd is, dan levert
VMS 70 de waarde van de volumestroom. De thermostaat
negeert de ingevoerde waarde in deze functie.
8.10.7 Zonnepompkick activeren
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Zonnepompkick
–
Met de functie kunt u een pompkick voor de zonnepomp
activeren om de temperatuurregistratie van de collector-
temperatuur te versnellen.
Afhankelijk van het type komt het bij sommige collectoren
tot een tijdsvertraging bij het bepalen van de meetwaarde
voor de temperatuurregistratie. Met de functie Zonne pomp
kick kunt u de tijdsvertraging verkorten. Bij een geactiveerde
functie wordt de zonnepomp gedurende 15 s ingeschakeld
(zonnepompkick) als de temperatuur op de collectorvoeler
met 2 K/uur gestegen is. Daardoor wordt de verwarmde col-
lectorvloeistof sneller naar het meetpunt getransporteerd.
8.10.8 Zonnecircuitbeveiliging instellen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Zonnecircuitbev.f.
–
Met de functie kunt u een temperatuurgrens voor de ge-
meten collectortemperatuur in het zonnecircuit vastleg-
gen.
Als de voorhanden zonnewarmte-energie de actuele warm-
tebehoefte (bijv. alle boilers volledig geladen) overstijgt, dan
kan de temperatuur in het collectorveld sterk stijgen. Wordt
de ingestelde veiligheidstemperatuur aan de collectortempe-
ratuurvoeler overschreden, dan wordt de zonnepomp ter be-
scherming van het zonnecircuit (pomp, ventielen etc.) tegen
oververhitting uitgeschakeld. Na het afkoelen (35 K-hyste-
rese) wordt de zonnepomp opnieuw ingeschakeld.
8.10.9 Minimale collectortemperatuur instellen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Min. collectortemp.
–
Met de functie kunt de minimale collectortemperatuur
instellen.
Inschakelverschil voor zonnelading vastleggen
(→ Pagina 17)
8.10.10 Ontluchtingstijd voor het zonnecircuit
instellen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → Ontluchtingstijd
–
De functie ondersteunt de ontluchting van het zonnecir-
cuit.
De thermostaat beëindigt de functie, als de ingestelde ont-
luchtingstijd afgelopen is, de zonnecircuitbeveiligingsfunctie
actief is of de max. boilertemperatuur overschreden is.
8.10.11 Actuele doorstroming van de VMS 70
aflezen
Menu → Installateurniveau → Systeemconfiguratie →
[Zonnecircuit ----] → act. debiet
–
Met deze functie kunt u de gemeten doorstroming (volu-
mestroom) van de VMS 70 aflezen.
Installatiehandleiding multiMATIC 700 0020198205_00