Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Advertenties

Wapeningsdetector
PROFOMETER 5
Model S / SCANLOG
Handleiding
1

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Samenvatting van Inhoud voor Proceq Profometer 5 S

  • Pagina 1 Wapeningsdetector PROFOMETER 5 Model S / SCANLOG Handleiding...
  • Pagina 2: Inhoudsopgave

    Inhoudsopgave 1. Veiligheid Algemene richtlijnen ......................2 Aansprakelijkheid........................ 2 Veiligheidsvoorschriften...................... 2 2. Productbeschrijving Model S (Basisapparaat) ....................3 Model SCANLOG ....................... 3 Universele sonde ........................ 4 ScanCar..........................5 3. Ingebruikname Aansluiten van de componenten ..................6 Aanwijsinstrument aanzetten....................6 4. Instellingen Staafdiameter ........................
  • Pagina 3: Veiligheid

    Veiligheid Algemene Richtlijnen 1.1.1 Basisprincipes De wapeningsdetector voldoet aan de laatste stand van de technologie en de gestelde veiligheidsregels. Gelieve deze bedieningsinstructies aandachtig te lezen voor de eerste ingebruikneming. 1.1.2 Gebruik voor de juiste doelstelling De wapeningsdetector is geschikt voor niet-destructieve plaatsbepaling, meeting van de betondekking en bepaling van de diameter van de wapeningsstaven.
  • Pagina 4: Productbeschrijving

    Productbeschrijving Model S (basisapparaat) De wapeningsdetector PROFOMETER 5 is een licht, compact apparaat voor een storingsarme lokalisering en meting van de betondekking en bepaling van de diameter van wapeningsstaven. Het meetprincipe berust op het pulserende inductie. Aanwijsinstrument. Universele sonde. Fig. 2.2 Modell S Het basisapparaat beschikt over de volgende functies: lokaliseren van wapeningsstaven...
  • Pagina 5: Universele Sonde

    Universele sonde 2.3.1 Werkwijze De universele sonde is afhankelijk van de richting. D.w.z. dat hij het gevoeligst reageert op staven die parallel aan de langsas lopen, en het minst gevoelig op staven die haaks op de langsas lopen. De sonde dient men daarom parallel aan de staven te plaatsen en voor het scannen zijdelings over de staven te bewegen.
  • Pagina 6: Resolutie

    2.3.3 Resolutie Fig. 2.4 Resolutie Bij betonelementen worden de metingen dikwijls door naastliggende staven beïnvloed. Voor parallele staven in dezelfde positie kan men in het diagram in Fig. 2.4 zien, bij welke kleinste staafafstand a de staven in relatie tot de dekking s nog afzonderlijk herkenbaar zijn. Voor snijpunten van staafafstand a en betondekking s boven de overeenkomstige kromme is de aktuele waarde de benaderende diepte van het wapeningsstaal.
  • Pagina 7: Ingebruikname

    Ingebruikname Aansluiten van de componenten • de universele sonde aansluiten op input A. • indien de sondenwagen ScanCar nodig is, deze aansluiten op input B. • indien U een koptelefoon gebruikt, dient deze aangesloten te worden op de bus met het koptelefoonsymbool.
  • Pagina 8: Instellingen

    Instellingen Het aanwijsapparaat beschikt over een menugestuurde bediening. Gelieve de aanwijzingen te volgen in het betreffende menu. • Na het indrukken van de toets MENU, verschijnt het hoofdmenu op de display : Uitsluitend bij Scanlog Menuoptie kiezen Gekozen menuoptie uitvoeren Beeïndigen van de functie Fig.
  • Pagina 9: Correctie - Naastliggende Staaf

    Correctie « naastliggende staaf » Er zijn bouwwerken waar de wapening dicht bij elkaar geplaats is, zoals in Tab. 5.2 op blz. 13 is aangegeven. Onder invloed van deze staven wordt bij een meting de betondekking te klein en de diameter te groot aangegeven.
  • Pagina 10: Meting

    Meting Meten met statistiek Met deze functie kunnen staven gelokaliseerd, de betondekking gemeten en de staafdiameter bepaald worden. De dekkingswaarden kunnen onder objectnummers opgeslagen worden. 5.1.1 Met binddraad verbonden wapeningsstaven Instellingen Zie ook « Instellingen » op blz. 7. • Geef de staafdiameter in.
  • Pagina 11: Wapeningsstaven Lokaliseren En Betondekking Meten

    Wapeningsstaven lokaliseren en betondekking meten Voor het lokaliseren van wapeningsstaven is de instelling van de diameter niet zo belangrijk, echter wel voor het meten van de dekking. Indien de wapeningsstaven in twee lagen geplaatst zijn, moeten steeds eerst de staven van de eerste laag gelokaliseerd worden. Indien de staven van de eerste laag te dicht bij mekaar liggen, dan is het lokaliseren van de staven in de tweede laag in deze omstandigheden praktisch onmogelijk.
  • Pagina 12: Gelaste Wapeningsmatten

    Bepaling van de diameter. Zie « Met binddraad verbonden wapeningsstaven » op blz. 12. 5.1.2 Gelaste wapeningsmatten Het apparaat kan niet vaststellen of wapeningsstaven aan elkaar zijn gelast of met binddraad verbonden zijn. De beide wapeningssoorten geven bij gelijke afmetingen verschillende meetwaarden. Instellingen •...
  • Pagina 13: Opsporen Van Te Geringe Betondekking

    Meetwaarden opslaan • Werk zoals beschreven onder « Meetwaarden opslaan » op blz.10. Bepaling van de diameter Zie « Gelaste wapeningsmatten » op blz. 14. Te geringe betondekking opsporen Deze functie is een hulp bij de volgende opgaven: controle na het ontkisten oplevering van het gebouw grondslag bij de beoordeling van saneringen.
  • Pagina 14: Diameterbepaling Met Correctie

    Tab. 5.2 Minimum afstanden der staven in de 1 en 2 laag. Wanneer de minimum afstanden aangehouden worden, kan met een nauwkeurigheid gemeten worden, zoals in Fig. 5.5 vermeld. Fig. 5.5 Bepaling van de diameter Het resultaat van de diameterbepaling kan niet opgeslagen worden. B.
  • Pagina 15: Uitvoering

    Uitvoering : • lokaliseer zorgvuldig de paralelle staven en markeer ze op het betonoppervlak. • Meet de staafafstanden op en voer deze in het menu «Correctie nevenliggende staaf» in. • Kies de functie « Meten met statistiek ». • Houd de sonde in de lucht en voer de RESET-procedure uit, zoals beschreven op blz. 9. •...
  • Pagina 16 x-as Cursor laag laag Richting van de sonde Betondekking van de 1 en 2 laag Vooraf ingestelde staafdiameter y-as Fig. 5.6 Voorbeeld voor een gemeten object. Instellingen Zie ook « Instellingen » op blz. 7. • Geef de staafdiameter van de 1 laag in.
  • Pagina 17 Meetprocedure Start met de toest END. Er verschijnt : • De rijrichting van de sonde bepaalt U met de toetsen ↓,→. • Begin met het rijspoor waar het element onderzocht moet worden. • Let er op dat het midden van de sonde maatgevend is voor het lokaliseren en meten.
  • Pagina 18: Meten Met Raster

    5.5 Meten met raster Enkel model Scanlog Deze funktie dient om van een groot oppervlak de betondekkingen te tonen in grijs- of kleurtrappen. De kleinste dekking wordt getoond, gemeten in een rasterveld. Instellingen Zie ook « Instellingen » op blz. 7. •...
  • Pagina 19: Meten Met De Mobiele Sonde

    5.5.1 Meten met de mobiele sonde • Rij met de mobiele sonde (zie « ScanCar » op blz. 5) over het te meten vlak, waarbij het gekozen raster aangehouden wordt. Bovenste objectgrens Aantekenen van de rijsporen volgsn x-/y-raster Staaf van de eerste laag Linkse objectgrens Fig.
  • Pagina 20 Rijden over het meetvlak terwijl de betondekking getoond wordt. Legende : 6 Aanduiding van de rijsnelheid. De lopende balk dient zich binnen de schaal te bevinden. 7 Kleinste gemeten betondekking. 8 Actuele betondekking. 9 Symbool voor rijden en scannen. Fig. 5.16 Meetvlak na het meten. •...
  • Pagina 21: Meten Met De Universele Sonde

    5.4.1 Meten met de universele sonde Het meten met raster kan ook enkel met de sonde, d.w.z. zonder wegmeting (ScanCar) uitgevoerd worden. Hiervoor moet op het te meten betonoppervlak het x-/y-raster getekend worden. • Neem dezelfde instellingen als bij « Meten met de mobiele sonde » op blz. 18. •...
  • Pagina 22: Object Naar Pc

    Fig. 5.18 Afdruk CyberScan object Fig. 5.19 Afdruk object « Meten met Raster ». 5.6.4 Object naar PC De gegevens kunnen met behulp van het op de Profometer geïnstalleerde programma naar de PC overgedragen worden. Richtlijnen in verband met de uitvoering zijn te vinden op de gegevensdrager. Gebruik voor de gegevensoverdracht de transfertkabel Art.
  • Pagina 23: Reiniging

    Onderhoud en opbergen Reiniging LET OP ! Het aanwijsapparaat en de meettoebehoren niet in het water houden of onder stromend water reinigen ! Gebruik voor de reiniging geen schuur- of oplosmiddelen. • Reinig na het gebruik het aanwijsapparaat en de meettoebehoren met een droge schone doek. •...
  • Pagina 24: Gegevens

    Gegevens Leveringsomvang Model S Model SCANLOG Artikelnummer 390 00 050 390 00054 Aanwijsapparaat ● ● Draagriem ● ● Universele sonde inklusief dekfolie ● ● Sondenkabel 1,5 m ● ● Sondenwagen ScanCar met wegmeterkabel 1,55 m Optie ● Printerpoortkiezer serieel/parallet inkl. 2,0 m kabel Optie ●...
  • Pagina 25: Toebehoren/Onderdelen

    Toebehoren/Onderdelen Benaming Artikel Nr. Telescoopstang voor universele sonde en ScanCar 390 00 076 Testblok 390 00 270 Markeerstift 390 00 280 Dekfolie voor de universele sonde 390 00 084 Koptelefoon 390 00 085 Beschermhoes voor het aanwijsapparaat 330 00 470 Transferkabel 9/9-polig 330 00 456 Printerkabel 9/9+25-polig voor de printer met seriele poort...

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Profometer 5 scanlog

Inhoudsopgave