Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Configuratie En Inbedrijfstelling; Softwareversie En "Standaardwaarden; Configuratie Van Plan-Adressen In Warmtepompen - ECOFOREST ecoSMART Supervisor Handleiding Voor Gebruik

Inhoudsopgave

Advertenties

MENU 2.6. Wijzigen wachtwoord
NIEUW WACHTWOORD. Maakt het mogelijk het wachtwoord voor toegang tot menu 2 te wijzigen. INSTALLATEUR (PW1).

6. Configuratie en inbedrijfstelling

Voordat u de configuratie start van de bediening, zorg dat de pLAN-aansluitklemmen
losgekoppeld zijn. Indien de pLAN-kabel aangesloten blijft, kan dit leiden tot een gebrekkige
OPMERKING
werking en zelfs breuk van een van de componenten van de supervisor of componenten die
hierdoor bediend worden.
Indien u de software moet updaten of de configuratie wissen (installateursmenu →
standaardwaarden), laat dan de pLAN-kabel losgekoppeld.
Volg de configuratiestappen op in de volgorde aangeduid in dit hoofdstuk. Elke wijziging in de
configuratievolgorde kan leiden tot een gebrekkige werking van het apparaat. Indien u de
configuratievolgorde wijzigt, wis dan de configuratie aan de hand van de tool die u aantreft in
het "installateursmenu → standaardwaarden" en start opnieuw.

6.1. Softwareversie en "standaardwaarden"

Zorg dat in de supervisor hetzelfde softwareversienummer geïnstalleerd is als in de warmtepompen. U treft het softwarenummer
aan in het "gebruikersmenu → informatie" en in het "installateursmenu → informatie". Het nummer van de softwareversie wordt
aangeduid met de code Vxx_Bxxx (bv. figuur 6.1).
Update indien vereist de software van de supervisor of zelfs die van alle apparaten van het pLAN-netwerk. Zorg ervoor dat u de
software installeert die overeenstemt met elk apparaat. Zoals weergegeven in Figuur 6.1 de software van de ecoGEO HP-
warmtepomp met de letters "HP" en die van de supervisor met de letters "PS".
Figuur 6.1. Voorbeeld van informatiescherm met de softwareversie van de ecoGEO HP-warmtepomp en ecoSMART supervisor.
Controleer dat er geen configuratie bestaat op het elektronisch paneel van de supervisor. Indien er een parameter geconfigureerd
is of indien er twijfels zijn, wis de configuratie aan de hand van de tool die aantreft in het "installateursmenu →
standaardwaarden".

6.2. Configuratie van pLAN-adressen in warmtepompen

Ga, voor het configureren van de P-LAN-adressen VOOR ELKE WARMTEPOMP DIE ZAL WORDEN BEHEERD DOOR DE SUPERVISOR,
naar het MENU INSTALLATEUR (druk op [Prg]+ [Esc] en voer het wachtwoord van de installateur PW1 in) -> -> CONFIGURATIE -
>CONFIGURATIE VAN DE AFSTANDSBEDIENING ->MODUS CASCADE.
Handleiding voor gebruiker, installateur en technische hulpverlening ecoSMART supervisor
ecoGEO HP
29
Supervisor

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave