102 | nederlands
1.7
Veiligheidsinstructies voor montage-, onderhoudsen inspectiewerkzaamheden
De uitvoerder/gebruiker is verantwoordelijk dat alle montageonderhouds- en inspectiewerkzaam-
heden door geautoriseerd en gekwali ceerd personeel geschiedt. Deze stellen zich op de hoogte
van montage- en bedrijfshandleiding. Werk aan de installatie is alleen bij stilstand en spanningsloze
toestand toegestaan. Direkt na het beëindigen van de werkzaamheden moeten alle veiligheids- en
beschermingsmaatregelen weer in orde gebracht worden. Voor opnieuw ingebruik nemen wordt
verwezen naar hoofdstuk 5 «elektrische aansluiting».
1.8
Aanpassingen en reserveonderdelen
Aanpassingen en veranderingen aan pompen/installatie zijn alleen na overleg met fabrikant toe-
gestaan. Alleen originele reserveonderdelen en door fabrikant geaccepteerde onderdelen mogen
toegepast worden. Bij toepassing van andere onderdelen vervalt elke vorm van aansprakelijkheid
en is de fabrikant evenmin aansprakelijk voor de gevolgen daarvan.
1.9
Andere toepassingen/gebruik
De bedrijfszekerheid van de pompen/installatie geldt alleen bij juiste toepassing (hoofdstuk 3 «toe-
passing») van de montage- en bedrijfshandleiding.
De in de technische speci catie aangegeven maximum waarden mogen in geen geval overschre-
den worden.
2
Gebruikte symbolen
Let op
Het niet naleven van deze veiligheidsaanwijzingen kan zwaar lichamelijk letsel tot
gevolg hebben.
Let op
Gevaar door gevaarlijke elektrische spanning. Door het niet naleven van deze
veiligheidsaanwijzingen ontstaat het risico dat personen een elektrische schok
krijgen die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben.
Let op
Gevaar van letsel of brandwonden door hete oppervlakken!
Let op
Gevaar van letsel door ontsnappende stoom!
Attentie
Door het niet naleven deze veiligheidsaanwijzingen kunnen er storingen optreden of
kan er materiële schade ontstaan.