9.2
Ladingschalen
Neem het volgende in acht voor goede weegresultaten, zie de illustraties op de vol-
gende pagina:
• Gebruik alleen laststroppen die een eenpuntsbevestiging garanderen en waar-
aan de weegschaal vrij kan hangen.
• Gebruik geen lastkabels die te groot zijn en geen eenpuntsophanging garande-
ren.
• Gebruik niet meerdere ophangingen.
• Trek of duw niet aan de lading of de geladen weegschaal.
• Trek niet horizontaal aan de haak.
Laad de weegschaal:
1. Plaats de haak van de weegschaal boven de lading.
2. Laat de weegschaal zakken totdat de lading aan de haak van de weegschaal kan
worden bevestigd. Verminder de snelheid wanneer de juiste hoogte is bereikt.
3. Bevestig de lading aan de haak. Zorg ervoor dat het veiligheidsslot gesloten is.
Als de last met stroppen is bevestigd, zorg er dan voor dat de stroppen volledig
in het zadel van de weegschaalhaak zitten.
4. Til de weegschaal langzaam op met de lading.
5. Als de lading is bevestigd met stroppen, zorg er dan voor dat de lading goed is
uitgebalanceerd en dat de stroppen correct zijn geplaatst.
HFD-BA-nl-2430
Operatie
nl | 43