7.9.5.1 NIEUWE SENSOR TOEVOEGEN
1. In deze sectie, druk op de
2. Druk op de
toets om de sensor bewerk kolom te selecteren en het toont "Toevoegen?".
3. Druk op de
toets om de sensor te zoeken.
4. Ondertussen selecteer je het kanaal in de sensor, zet dan de sensor aan of druk op de reset toets van
de sensor om te beginnen met koppelen.
5. Zodra verbonden, worden het sensorpictogram, ID en signaalsterkte weergegeven in de kanaalrij.
7.9.5.2 HUIDIGE SENSOR VERWIJDEREN
1. In deze sectie, druk op de
2. Druk op de
toets om de sensor bewerk kolom te selecteren en het toont "Verwijderen?".
3. Druk op de
toets om de sensor te verwijderen.
7.9.5.3 CONTROLEER SENSORSTATUS
1. In deze sectie, druk op de
2. Druk tweemaal op de
3. Druk nogmaals op de
7.9.6 WAARSCHUWING INSTELLING
In deze sectie, druk op de
te selecteren.
/
toets om het lege kanaal te selecteren.
/
toets om de verbonden sensor te selecteren.
/
toets om de verbonden sensor te selecteren.
toets om het sensortype pictogram te selecteren.
toets om de verbindingsstatus van de sensor te tonen zoals hieronder:
/
toets om binnenshuis, buitenshuis sensor, kanalen of andere instellingen
31