Wees voorzichtig op oppervlakken met een
●
lage tractie.
De banden slippen sneller op dit soort
u
oppervlakken en de remweg is langer.
Vermijd continu remmen.
●
Door herhaaldelijk te remmen, zoals bij
u
heuvelafwaarts rijden, kunnen de remmen
ernstig oververhit raken waardoor de
remwerking vermindert. Verminder
snelheid door afwisselend te remmen op
de motor en de remmen te gebruiken.
Bedien de voor- en achterrem tegelijkertijd
●
voor de meest efficiënte remwerking.
#
Antiblokkeersysteem (ABS)
Dit model is uitgerust met een antiblokkeersysteem
(ABS) dat is ontwikkeld om te voorkomen dat de
remmen blokkeren tijdens abrupt remmen.
De remweg is niet korter met het ABS. In
●
bepaalde gevallen kan het gebruik van het ABS
een langere remweg tot gevolg hebben.
ABS werkt niet bij snelheden lager dan 10 km/h.
●
Voorzorgsmaatregelen voor het rijden
Het kan zijn dat de remhendel en het
●
rempedaal lichtjes terugspringen wanneer u de
rem bedient. Dit is normaal.
Gebruik altijd de aanbevolen voor-/
●
achterbanden en tandwielen om de werking
van ABS te waarborgen.
#
Remmen op de motor
Remmen op de motor helpt om de snelheid van
uw voertuig te verminderen wanneer u gas
mindert. Schakel terug naar een lagere versnelling
om meer snelheid te verminderen. Rem op de
motor en gebruik met tussenpozen de rem om
snelheid te minderen wanneer u lange, steile
hellingen afrijdt.
#
Natte of regenachtige omstandigheden
Wegoppervlakken zijn glad wanneer ze nat zijn, en
natte remmen zorgen voor een verminderde
remwerking.
Wees bijzonder voorzichtig bij het remmen onder
natte omstandigheden.
Als de remmen nat worden, rem dan tijdens het
rijden op lage snelheid om ze te laten drogen.
Vervolg
15