4.
Instrueer de assistent om voorzichtig naar achteren te
stappen, waarbij de rolstoel naar achteren wordt getrok-
ken, totdat hij of zij naast de stoeprand of enkele trede
staat op het onderste niveau. De assistent moet over
zijn of haar schouder kijken tijdens het op deze manier
achteruit lopen.
5.
Instrueer de assistent om de rolstoel voorzichtig naar
achteren te trekken totdat de achterwielen de rand van
de stoeprand of trede bereiken, en om vervolgens de
achterwielen langzaam naar het onderste niveau te
laten rollen.
6.
Instrueer de assistent dat hij of zij, wanneer de achter-
wielen veilig op het onderste niveau staan, de rolstoel
vervolgens naar achteren kan kantelen naar het even-
wichtspunt van de achterwielen, waarbij de zwenkwielen
van het bovenste niveau worden geheven.
7.
Instrueer de assistent om de rolstoel langzaam naar
achteren te rollen op de achterwielen, waarbij kleine
stappen worden gezet totdat de zwenkwielen de trede of
stoeprand zijn gepasseerd, en, wanneer ze hier vrij van
staan, de zwenkwielen voorzichtig omlaag te brengen
naar de grond op het onderste niveau.
8.
Instrueer uw assistent om nooit te proberen de rolstoel
volledig op te tillen met de duwbeugels.
8.2.11 TRAPPEN
Gebruik waar mogelijk een lift. Vraag hulp van twee personen om
de rolstoel een trap op of af te verplaatsen (de zorgverleners moe-
ten het hoofdstuk "Zorgverlener" van deze handleiding lezen). Maak
uw veiligheidsgordel vast wanneer u wordt opgetild in de rolstoel.
De assistenten moeten altijd het frame van de rolstoel vastpakken
om u in de rolstoel te tillen. Pak NOOIT de duwbeugels, rugstokken,
wielen, voetsteun of bewegende onderdelen om de rolstoel te tillen.
8.2.12 TRAPPEN BEKLIMMEN
WAARSCHUWING
BEKLIM GEEN trappen met de gebruiker in de rolstoel.
Motion Composites erkent dat rolstoelgebruikers af en toe
geen andere keuze kunnen hebben en een trap op of af
moeten worden verplaatst of opgetild moeten worden. Alleen
wanneer er geen ander alternatief is, moeten zorgverleners
en rolstoelgebruikers deze stappen volgen voor het op of
afgaan van een trap.
1. Probeer NOOIT meer dan één trede te passeren tenzij u twee (2)
kundige volwassen assistenten hebt.
2. Positioneer de rolstoel en de gebruiker ALTIJD weg gericht van
de trap, met één assistent achteraan (weg kijkend van de trap)
en één vooraan de rolstoel (kijkend naar de gebruiker).
3. De assistent aan de achterkant van de rolstoel heeft de controle
en weet hoe een trap op te gaan. Hij of zij moet de rolstoel naar
achteren kantelen om het evenwichtspunt op de achterwielen te
vinden.
4. Probeer NOOIT een rolstoel op te tillen aan enige verwijderbare
(afneembare) onderdelen, inclusief bekleding, verwijderbare
duwbeugels of duwbeugelgrepen.
5. Houd de rolstoel ALTIJD vast aan een stevig deel van het frame.
6. De tweede assistent aan de voorkant moet het frame stevig
beetpakken (NIET de voetensteun of voetplaat) met beide han-
den en de rolstoel op en over één trede tegelijk tillen.
7. Elke assistent gaat vervolgens voorzichtig omhoog naar de
volgende trede.
8. Herhaal stappen 1 t/m 6 voor elke trede totdat u aankomt aan
de bovenkant van de trap.
9. Wanneer u aankomt bij de bovenkant van de trap, moeten de
assistenten de rolstoel naar achteren rollen op de twee achter-
wielen totdat de zwenkwielen de laatste trede zijn gepasseerd,
op welk punt de assistenten de zwenkwielen voorzichtig omlaag
naar de grond kunnen brengen.
10. De assistenten moeten altijd het frame van de rolstoel vast-
pakken om u in de rolstoel te tillen. Pak NOOIT de duwbeugels,
rugstokken, wielen, voetsteun of bewegende onderdelen om de
rolstoel te tillen.
8.2.13 TRAPPEN AFDALEN
WAARSCHUWING
DAAL GEEN trappen AF met de gebruiker in de rolstoel. Mo-
tion Composites erkent dat rolstoelgebruikers af en toe geen
andere keuze kunnen hebben en een trap op of af moeten
worden verplaatst. Alleen wanneer er geen ander alternatief
is, moeten zorgverleners en rolstoelgebruikers deze stappen
volgen voor het afgaan van een trap.
1. Probeer NOOIT meer dan één trede te passeren tenzij u twee (2)
kundige volwassen assistenten hebt.
2. Positioneer de rolstoel en de gebruiker ALTIJD omlaag kijkend
van de trap, met één assistent achteraan (omlaag kijkend van
de trap) en één vooraan de rolstoel (kijkend naar de gebruiker).
3. De assistent aan de voorkant van de rolstoel heeft de controle
en weet hoe een trap af te gaan. De persoon aan de achterkant
moet de rolstoel naar achteren kantelen om het evenwichtspunt
op de achterwielen te vinden.
4. Probeer NOOIT een rolstoel op te tillen aan enige verwijderbare
(afneembare) onderdelen, inclusief bekleding, verwijderbare
duwbeugels of duwbeugelgrepen.
5. Houd de rolstoel ALTIJD vast aan een stevig deel van het frame.
6. De assistent aan de voorkant moet het frame stevig beetpakken
(NIET de voetensteun of voetplaat) met beide handen en de
rolstoel over één trede tegelijk tillen.
7. De assistenten moeten de rolstoel naar voren rollen op de twee
achterwielen totdat de achterwielen de rand van de eerste trap
hebben bereikt.
8. Elke assistent gaat vervolgens voorzichtig omlaag naar de
volgende trede.
9. Herhaal stappen 1 t/m 6 voor elke trede totdat u aankomt aan
de onderkant van de trap.
10. Wanneer u aankomt bij de onderkant van de trap, moeten de
assistenten de rolstoel naar voren bewegen totdat de twee
achterwielen de laatste trede zijn gepasseerd, op welk punt de
assistenten de zwenkwielen en achterwielen voorzichtig omlaag
naar de grond kunnen brengen.
11. De assistenten moeten altijd het frame van de rolstoel vastpak-
ken om u in de rolstoel te tillen. Pak NOOIT de duwbeugels,
rugstokken, wielen, voetsteun of bewegende onderdelen om de
rolstoel te tillen.
Als u deze waarschuwingen negeert, kunt u vallen, omkantelen of
de controle over de rolstoel kwijtraken en uzelf of andere mensen
ernstig verwonden en de rolstoel beschadigen.
8.2.14 ROLTRAPPEN
Deze rolstoel mag onder geen enkele omstandigheid worden ge-
bruikt op een roltrap, zelfs niet met de hulp van een begeleider. Dit
zou ernstig letsel kunnen veroorzaken.
T 1 866 650-6555 F 1 888 966-6555 Email info@motioncomposites.com
13