Hoofdstuk 2 - Bediening
2.7 Verantwoordelijkheid van de operator
De operator dient vóór aanvang van elke werkploeg het
volgende te doen:
1. Visuele en dagelijkse onderhoudsinspecties
zijn bedoeld om onderdelen te controleren op
•
beschadiging voordat de hoogwerker in bedrijf
wordt genomen.
•
worden vóór de functietests uitgevoerd.
WAARschuWinG
Het niet lokaliseren en repareren van
beschadigde onderdelen en het niet
vinden van losse of ontbrekende delen
kunnen leiden tot de onveilige werking
van de hoogwerker.
2. Functietests
•
zijn bedoeld om onderdelen te controleren op
defecten voordat de hoogwerker in bedrijf wordt
genomen.
bElAnGRijk
De operator moet de verschillende
stappen van de instructies begrijpen
en opvolgen om alle functies van de
hoogwerker te testen.
De operator moet een kopie maken van de
controlelijst voor de operator (zie
gedeelten betreffende de visuele en dagelijkse
onderhoudsinspecties en de functietests invullen
tijdens het uitvoeren van de in
hoofdstuk 2.9
aangegeven taken.
bElAnGRijk
In geval van beschadiging of ongeoorloofde
wijziging van de hoogwerker in vergelijking
met de toestand waarin hij door de fabrikant
werd geleverd, moet de hoogwerker van
een label/waarschuwingsbord worden
voorzien en vergrendeld en vervolgens
uit bedrijf worden genomen.
Compacte en conventionele SJIII-modellen
tabel
2.8) en de
hoofdstuk 2.8
en
Verantwoordelijkheid van de operator
De hoogwerker mag uitsluitend worden gerepareerd
door een deskundige onderhoudsmonteur. Na de
reparaties moet de oeprator opnieuw de visuele en
dagelijkse onderhoudsinspecties en functietests
uitvoeren.
Geplande onderhoudsinspecties mogen alleen worden
uitgevoerd door een bevoegde onderhoudstechnicus
(zie
tabel
2.7).
TM
Bladzijde 23
23