Werktuigen en accessoires
gebruiken
Gebruik uitsluitend door Toro goedgekeurde
werktuigen en accessoires.
Indien er meer dan één montageset voor accessoires
(d.w.z. emmerset of universele montageset) wordt
gemonteerd op een van de 4 posities in
moet een voorballastset gemonteerd worden. Neem
contact op met uw servicedealer over de voor-ballast
set.
Figuur 14
1. Monteer een voor-ballast set indien 2 of meer montagesets
voor accessoires op deze posities zijn gemonteerd.
Tijdens gebruik
Veiligheid tijdens het werk
Algemene veiligheid
•
De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor
ongelukken die persoonlijk letsel of materiële
schade kunnen veroorzaken, en hij dient zulke
ongelukken te voorkomen.
•
Draag geschikte kleding, zoals een veiligheidsbril,
lange broek, gripvaste, stevige schoenen en
gehoorbescherming. Draag lang haar niet los en
draag geen losse juwelen.
•
Gebruik de machine niet als u ziek, moe of onder
de invloed van alcohol of drugs bent.
•
Vervoer nooit passagiers op de machine en houd
omstanders en huisdieren weg van de machine
terwijl deze wordt gebruikt.
•
Gebruik de machine uitsluitend bij een goede
zichtbaarheid zodat u kuilen en verborgen gevaren
kunt vermijden.
•
Gebruik de machine niet op nat gras. Als de wielen
hun grip verliezen, kan de machine gaan glijden.
•
Controleer of alle aandrijvingen in de neutraalstand
zijn, de parkeerrem in werking is gesteld en u
zich in de bestuurderspositie bevindt voordat u de
motor start.
•
Houd uw handen en voeten uit de buurt van
de maaidekken. Blijf altijd uit de buurt van de
Figuur 14
afvoeropening.
•
Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt
om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.
•
Wees voorzichtig bij het naderen van blinde
hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die
uw zicht kunnen belemmeren.
•
Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels
of dijken. De machine kan plotseling omslaan als
een wiel over de rand komt, of als de rand instort.
•
Stop de maaimessen als u niet daadwerkelijk
maait.
•
Stop de machine, zet de motor af, verwijder het
sleuteltje en controleer de messen als u een
voorwerp heeft geraakt of de machine abnormaal
begint te trillen. Voer alle noodzakelijke reparaties
uit voordat u de machine weer in gebruik neemt.
g037417
•
Verminder uw snelheid en wees voorzichtig
als u een bocht maakt of wegen en voetpaden
oversteekt met de machine. Verleen altijd
voorrang.
•
Schakel de aandrijving van de maai-eenheid
uit, zet de motor af en verwijder het sleuteltje
voordat u de maaihoogte wijzigt (tenzij u deze kunt
aanpassen vanuit de bestuurderspositie).
•
Laat de motor nooit lopen in een ruimte waar
uitlaatgassen zich kunnen verzamelen.
•
Als u de machine verlaat, laat deze dan niet
draaien.
•
Doe het volgende voordat u de bestuurderspositie
verlaat (inclusief het legen van de grasvangers of
deblokkeren van het kanaal):
– Parkeer de machine op een horizontaal
– Schakel de aftakas uit en laat de werktuigen
– Stel de parkeerrem in werking.
– Zet de motor af en haal het sleuteltje uit het
– Wacht totdat alle bewegende onderdelen tot
•
Gebruik de machine niet als het kan bliksemen.
20
oppervlak.
zakken.
contact.
stilstand zijn gekomen.