Figuur 92
1. Aftapplug
7.
Vul voldoende olie bij totdat het peil de onderkant
van de openingen van de controlepluggen
bereikt; zie Smeerolie van de achteras
controleren en Smeerolie van tandwielkast
controleren.
8.
Plaats de pluggen.
Toespoor achterwiel
controleren
Onderhoudsinterval: Om de 800 bedrijfsuren
Om de 800 bedrijfsuren of jaarlijks moet het toespoor
van de achterwielen worden gecontroleerd.
1.
Meet de afstand hart-op-hart van het toespoor
(ter hoogte van de assen) aan de voorzijde en
de achterzijde van de stuurwielen. De afstand
aan de voorzijde moet 6 mm korter zijn dan de
afmeting achter de wielen.
2.
Draai de klemmen aan beide uiteinden van de
spoorstangen los om ze af te kunnen stellen.
3.
Draai het uiteinde van de spoorstang om de
voorzijde van het wiel naar binnen of naar buiten
te draaien.
4.
Draai de klemmen van de spoorstangen weer
vast als de afstelling correct is.
Vervangen van de
voorbanden
1.
Laat de maaidekken neer op de grond.
2.
Breng de voorzijde van de machine een
aantal centimeter omhoog vanaf de grond en
ondersteun deze met assteunen.
3.
Zie Draaien (kantelen) van het voorste maaidek
in Maaieronderhoud.
4.
Draai het maaidek naar voren zodat de band die
moet worden vervangen kan worden verwijderd.
g011558
64