Onderhoud
bedieningsysteem
De tractie-aandrijving
afstellen voor de
neutraalstand
Opmerking:
Als de hydraulische vloeistof,
tractiemotoren of slangen van de machine onlangs
vervangen zijn, dient u lucht die in het systeem
gevangen zit te verwijderen voordat u deze procedure
uitvoert. Dit doet u door de machine gedurende
enkele minuten in vooruit en achteruit te gebruiken en
nadien de vloeistof zoals vereist bij te vullen.
Opmerking:
De machine mag op een vlakke
ondergrond niet kruipen als u het tractiepedaal loslaat.
1.
Plaats de machine op een horizontaal vlak, stel
de parkeerrem in werking, laat de maai-eenheid
neer en zet de motor af.
2.
Krik de achterkant van de machine op tot
de achterbanden vrijkomen van de vloer van
de werkplaats. Ondersteun de machine met
assteunen om te voorkomen dat de machine
valt.
Opmerking:
Bij modellen met vierwielaandrij-
ving moeten ook de voorwielen vrijkomen van de
grond en ondersteund worden door assteunen.
WAARSCHUWING
De motor moet lopen opdat u deze
afstelling kunt uitvoeren. Dit kan
lichamelijk letsel veroorzaken.
Houd uw gezicht, handen, voeten en
andere lichaamsdelen uit de buurt van
hete delen van de motor en draaiende
onderdelen.
3.
Start de motor, stel de gashendel in op
L
en controleer in welke richting de
ANGZAAM
achterwielen draaien.
Belangrijk:
Zorg ervoor dat het tractiepedaal
zich in de
NEUTRALE
•
Als de linkerachterband draait, draait u
de borgmoeren van de regelstang van de
transmissie aan de linkerkant losser
46).
Opmerking:
regelstang heeft linkse draad. De achterkant
van de stang, die verbonden is met de
transmissie, heeft rechtse draad.
stand bevindt.
(Figuur
Het voorste uiteinde van de
1. Regelstangen van de transmissie
•
Als de linkerachterband achteruit draait,
verlengt u de stang door deze langzaam
tegen de wijzers van de klok in (gezien van de
voorkant) te draaien tot de linkerachterband
stopt met draaien of deze lichtjes achteruit
draait.
•
Als de linkerachterband vooruit draait,
verkort u de stang door deze langzaam met
de wijzers van de klok mee (van de voorkant
gezien) te draaien tot de linkerachterband
stopt met draaien.
4.
Zet de gashendel op
nog steeds niet beweegt of minimaal achteruit
kruipt. Indien nodig afstellen.
5.
Draai de contramoeren vast.
6.
Ga indien nodig op dezelfde manier te werk
voor de rechterachterband. Gebruik hiervoor
de regelstang van de transmissie aan de
rechterkant.
7.
Zet de motor af, haal de assteunen weg en laat
de machine neer op de grond.
8.
Maak een proefrit met de machine om er zeker
van te zijn dat deze niet kruipt.
Maximumsnelheid instellen
1.
Parkeer de machine op een horizontaal
oppervlak, schakel de aftakas uit, laat het
tractiepedaal naar de
stel de parkeerrem in werking.
48
Figuur 46
. Controleer of het wiel
SNEL
komen en
NEUTRAALSTAND
g026002