Maak een afdruk van de volgende gedeelten en bewaar ze bij uw computer, voor het geval het u niet meer
lukt om toegang te krijgen tot deze onlinegebruikersgids.
•
"Een nieuw besturingssysteem installeren" op pagina 85
•
"De computer reageert niet meer" op pagina 109
•
"Problemen met de voeding" op pagina 124
Speciale toetsen
De computer heeft verschillende speciale toetsen
werken. In de onderstaande afbeelding ziet u de locaties van de toetsen.
U kunt de functionaliteit van de F1-F12-toetsen wijzigen om de toetsen in de standaardmodus of
Legacy-modus te gebruiken. In de standaardmodus kunt u de speciale functies op elke toets starten door
op de betreffende toets te drukken. In Legacy-modus moet u, om de speciale functies op iedere toets te
starten, de Fn-toets indrukken en ingedrukt houden terwijl u de gewenste functietoets indrukt. Vervolgens
laat u beide toetsen tegelijk los.
Als u de functionaliteit van de F1-F12-toetsen in de Windows-omgeving wilt wijzigen, voert u een van
de volgende handelingen uit:
1. Open het eigenschappenvenster voor het ThinkPad-toetsenbord als volgt:
• Klik op Start ➙ Configuratiescherm.
• Houd Fn vier seconden ingedrukt.
2. Klik op het tabblad ThinkPad toetsen F1-F12.
3. Configureer de gewenste instellingen aan de hand van de instructies op het scherm.
Als u de functionaliteit van de F1-F12-toetsen via het programma ThinkPad Setup wilt wijzigen, voert u
een van de volgende handelingen uit:
1. Start de computer op. Druk zodra het ThinkPad-logoscherm verschijnt op F1. Het hoofdmenu van
het programma ThinkPad Setup wordt geopend.
2. Selecteer Config ➙ Keyboard/Mouse ➙ Change to F1-F12 keys.
3. Configureer de gewenste instellingen aan de hand van de instructies op het scherm.
1
2
en
, zodat u gemakkelijker en effectiever kunt
Hoofdstuk 2
.
De computer gebruiken
21