4. Als het pictogram van de wisselstroomadapter nog steeds niet wordt weergegeven, moet u de
wisselstroomadapter en de computer laten nakijken.
Opmerking: Als u het stekkerpictogram wilt weergeven, klikt u op Verborgen pictogrammen afbeelden
op de taakbalk.
Problemen met de voeding
Druk deze aanwijzingen nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst
kunt raadplegen.
Als de computer helemaal geen energie krijgt, controleert u het volgende:
1. Controleer de aan/uit-knop. Raadpleeg "Systeemstatuslampjes" op pagina 8. Als de computer aan
staat en actief is, is er een lampje in de aan/uit-knop verlicht.
2. Controleer alle voedingsaansluitingen. Verwijder alle stekkerdozen en piekspanningsbeveiligingen en
steek de stekker van de wisselstroomadapter rechtstreeks in het stopcontact.
3. Controleer de wisselstroomadapter. Controleer of het apparaat beschadigd is en of het netsnoer goed is
aangesloten op de adapter en op de computer.
4. Controleer of het stopcontact werkt, door er een ander apparaat op aan te sluiten.
5. Verwijder alle apparaten en controleer de systeemvoeding terwijl zo weinig mogelijk apparaten zijn
aangesloten.
a. Ontkoppel de wisselstroomadapter en alle kabels van de computer.
b. Klap het beeldscherm dicht en keer de computer om.
c. Verwijder de geheugenmodule. Raadpleeg "Een geheugenmodule vervangen" op pagina 74.
d. Verwijder de Mini PCI ExpressCard. Raadpleeg "Een PCI ExpressCard-kaart voor draadloos LAN
vervangen" op pagina 76 en "Een PCI ExpressCard-kaart voor draadloos WAN vervangen " op
pagina 78.
e. Verwijder het vaste-schijfstation. Raadpleeg "Het vaste-schijfstation of SSD-station vervangen" op
pagina 66.
f. Wacht 30 seconden en installeer de geheugenmodule en een werkende batterij opnieuw of sluit
de wisselstroomadapter aan om de computer te testen terwijl er zo weinig mogelijk apparaten
zijn aangesloten.
g. Sluit de apparaten die u eerder hebt verwijderd een voor een weer aan.
Als de computer niet werkt met de batterij als energiebron, controleert u het volgende:
1. Controleer het batterijlampje. Zie "Energiestatuslampjes" op pagina 9.
2. Het batterijlampje is normaal aan als de computer aan staat of als de wisselstroomadapter is
aangesloten en de batterij wordt opgeladen. Dit lampje is aan of knippert oranje of groen, afhankelijk
van de status van de batterij.
Problemen met de aan/uit-knop
Probleem: Het systeem reageert niet en u kunt de computer niet uitschakelen.
Oplossing: Zet de computer uit door de aan/uit-knop minimaal 4 seconden ingedrukt te houden. Gaat het
systeem dan nog steeds niet uit, verwijder dan de wisselstroomadapter en de batterij.
Opstartproblemen
Druk deze instructies nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt
raadplegen.
124
Handboek voor de gebruiker