INSTALTEST
XB
Opmerkingen met betrekking tot meetfuncties
Algemeen
De ! indicator betekent dat de geselecteerde meting niet kan worden uitgevoerd
❑
vanwege afwijkende omstandigheden op ingangsklemmen.
Isolatieweerstand, doorgang functies en aardweerstandsmetingen kunnen alleen
❑
worden uitgevoerd op niet-bekrachtigde objecten.
GOED / FOUT-indicatie is ingeschakeld wanneer er een limiet is ingesteld. Pas een
❑
passende grenswaarde toe voor de evaluatie van meetresultaten.
In het geval dat slechts twee van de drie draden zijn aangesloten op de te testen
❑
elektrische installatie, is alleen spanningsindicatie tussen deze twee draden geldig.
Isolatieweerstand
Indien er tussen de testklemmen spanningen van meer dan 10 V (AC of DC)
❑
worden gedetecteerd, wordt de isolatieweerstandsmeting geblokkeerd.
Doorgang functies
Indien er tussen de testklemmen spanningen van meer dan 10 V (AC of DC)
❑
gedetecteerd worden, wordt de doorgangsweerstandstest geblokkeerd.
Voordat u een doorgangsmeting uitvoert, moet u, indien nodig, de weerstand van de
❑
testsnoeren compenseren.
Aardlekschakelaars
Parameters die in één functie worden ingesteld, worden ook bewaard voor andere
❑
aardlekschakelaar functies!
De meting van de contactspanning doet normaal gesproken een aardlekschakelaar
❑
niet uitschakelen. De triplimiet van de aardlekschakelaar kan echter worden
overschreden als gevolg van een lekstroom die naar de PE-beschermgeleider stroomt
of een capacitieve verbinding tussen L- en PE-geleiders.
De RCD trip-lock subfunctie (functiekeuzeschakelaar in LOOP-positie) duurt langer om
❑
te voltooien, maar biedt een veel betere nauwkeurigheid van de foutlusweerstand (in
vergelijking met het R
Rcd trip tijd en aardlekschakelaarstroommetingen worden alleen uitgevoerd als de
❑
contactspanning in de voortest bij nominale differentiële stroom lager is dan de
ingestelde contactspanningslimiet!
De automatische test (RCD AUTO-functie) stopt indien de uitschakeltijd buiten de
❑
toegestane periode valt.
Lusimpedantie (Zloop en Z(RCD))
Isc (kortsluitstroom) is afhankelijk van Z, Un en schaalfactor
❑
De stroomlimiet is afhankelijk van het zekeringtype, stroomlimiet en uitschakeltijd van
❑
de zekering.
De gespecificeerde nauwkeurigheid van geteste parameters is alleen geldig als de
❑
netspanning stabiel is tijdens de meting.
Foutlus impedantiemetingen zullen een aardlekschakelaar aanspreken.
❑
De meting van de foutlus Impedantie met behulp van de trip-lock-functie schakelt een
❑
aardlekschakelaar normaal gesproken niet uit. De triplimiet kan echter worden
overschreden als gevolg van lekstroom die naar de PE-beschermgeleider stroomt of
een capacitieve verbinding tussen L- en PE-geleiders.
Veiligheids- en operationele
overwegingen
-subresultaat bij de contactspanningsfunctie).
L
6