Figuur 82
1. Doorlopende opening
2. Toevoerslang
3. Buis
6.
Sluit de retourslang aan op de regelklep
82).
7.
Draai alle slangaansluitingen vast.
Opmerking:
Bevestig de slangen niet aan hete of
bewegende onderdelen.
De wielen monteren
1.
Monteer het wiel op de naaf
Figuur 83
1. Naaf
2. Wiel
2.
Draai de wielmoeren vast om de wielen aan het
frame te bevestigen
3.
Draai de wielmoeren vast met een torsie van
88 tot 115 N·m; hou daarbij de onderstaande
volgorde aan
(Figuur
4. Retourslang
5. Regelklep
(Figuur
(Figuur
83).
3. Wielmoer
(Figuur
83).
84).
g032630
De rupsbanden monteren
VOORZICHTIG
De rupsbandgeleiders hebben veel mogelijke
knelpunten. Contact met één van deze
knelpunten kan ernstige persoonlijke letsels
veroorzaken.
Neem de rubberen rupsband voorzichtig
vast aan de buitenranden – vóór de stalen
geleiders – wanneer u de rupsband probeert
te bewegen.
1.
Zet 2 assteunen onder de achterzijde van het
frame om de machine te ondersteunen wanneer
u de voorzijde van de machine optilt
g032628
1. Frame van de machine
2.
Verwijder de borgmoer en de ring van de tapbout
op de aanslag van het draaimechanisme;
bewaar de moer en de ring
38
Figuur 84
(Figuur
Figuur 85
2. Assteun
(Figuur
86).
g032629
85).
g032669