De beeldkleur aanpassen
• Om de helderheid van heldere gebieden aan te passen, past u de
instelling Versterking aan.
Hogere waarden maken het beeld helderder en lagere waarden maken
het donkerder.
• In de instelling Verschuiving wordt de schaduwwerking voor de
donkere gebieden levendiger uitgedrukt wanneer u een hogere
waarde selecteert. Wanneer u een lagere waarde selecteert, ziet de
afbeelding er voller uit maar is schaduw voor de donkere gebieden
moeilijker te onderscheiden.
• In de instelling Versterking worden de heldere delen witter en gaat
schaduw verloren wanneer u een hogere waarde selecteert. Als u een
lagere waarde selecteert, wordt de schaduw voor de heldere gebieden
levendiger uitgedrukt.
f
Druk op [Menu] of [Esc] om de menu's af te sluiten.
Het gamma aanpassen
U kunt verschillen in geprojecteerde beeldkleuren die optreden tussen
verschillende beeldbronnen corrigeren door de instelling Gamma aan te
passen.
Om de kleurtint te optimaliseren volgens de scène, en voor en
levendiger beeld, corrigeert u het beeld door de instelling Scèneaanp.
gamma.
a
a
Schakel de projector in en schakel naar de beeldbron die u wilt
gebruiken.
b
Druk op de knop [Menu] op het bedieningspaneel of de
afstandsbediening.
c
Selecteer het menu Afbeelding en druk op [Enter].
d
Selecteer Gamma en druk op [Enter].
57