11• LANGDURIGE STILSTAND - WINTERSTALLING
11•1 VOORBEREIDING OP WINTER-
OPSLAG
• Reinig de machine volledig en met name het maaidek.
• Smeer de bewegende onderdelen.
• Leeg de brandstoftank volledig en laat de motor draaien totdat de brand-
stof volledig is opgebruikt.
Het aftappen van de tank dient buiten (in de open lucht) uit-
gevoerd te worden.
• Ontkoppel de bougies.
• Demonteer de bougies en spuit, via het gat ervan, een kleine hoeveel-
heid olie (1 cl) in iedere cilinder.
• Geef een impuls aan de motor door de contactsleutel te verdraaien.
• Breng de bougies opnieuw met de hand aan zonder de ontstekingska-
bel aan te brengen.
• Verwijder de accu en haal hierbij eerst de negatieve klem los.
• Laad de accu op: zie § 9•5•2.
• Berg de accu op een droge, koele maar vorstvrije plaats op.
• Laad de accu iedere twee maanden op.
• De accu dient buiten het bereik en het zicht van kinderen gehouden te
worden.
12•1 WEGSLEPEN VAN DE MAAIER
MET UITGESCHAKELDE MOTOR
(AFBEELDING 43)
• Dankzij de bypass kan de maaier verreden worden zonder de motor
te gebruiken.
• Breng de hendel op positie 0: ontkoppelde positie om uw maaier met
stilstaande motor te verplaatsen.
• Om de bedieningshandel te bereiken, open de opvangbak in kiep
positie. Op de MKM, bevindt de by-pass zich onder de achterkap.
Nooit de machine laten werken met ontkoppeld aandrijfwerk
(stand 0).
12•2 WEGSLEPEN VAN DE MACHINE
IN GEVAL VAN PECH
• Ontkoppel het aandrijfwerk (zie paragraaf 12•1).
• Sluit het benzinekraantje (zie paragraaf 7•5•2 en 8•6).
• Plaatsen van de trekhaak:
- Draai de vijzen van de bumper los. De trekhaak bevindt zich achter
de bumper, hij is omgekeerd bevestigd op de chassisbuis (a afbeel-
ding 44).
- Los de bevestigingsschroeven van de trekhaak, draai hem zodanig
om dat de trekhaak naar boven gericht is en bevestig hem d.m.v
dezelfde bevestigingschroeven.
- Boor 2 gaten van diameter 12 mm aan de achterkant van de bum-
per en snij dan met behulp van een breekmes tot u een gleuf krijgt
(afbeelding 45).
- Monteer de bumper. De trekhaak komt door de gleuf van de bumper.
Gebruik een trekstang.
Gebruik geen andere bevestigingspunten.
WAARSCHUWING!
afstand in ontkoppelde stand versleept worden en uitsluitend met
een lage snelheid (< 5 km/u). Vergeet niet de handel weer in de
ingekoppelde stand te zetten na het verslepen.
• Gebruik wanneer u een defecte machine over een grote afstand moet
verplaatsen hiervoor de geschikte transportmiddelen (aanhangwa-
gen, transportwagen).
32
12• STORINGEN EN OPLOSSINGEN
De machine mag slechts over een korte
• Wend u tot uw dealer voor de volgende afstellingen of onderhouds-
werkzaamheden:
- Afstellen van de parkeerrem
- Afstellen van het evenwicht van de maaiplaat
- Afstellen van het stuur
- Afstellen van de motor
- Vervangen van de drijfriemen indien nodig
- Vervangen van alle onderdelen of reparaties waarvoor een demon-
tage nodig is en die niet in deze handleiding vermeld staan.
11•2 WEER IN GEBRUIK NEMEN
• Draai de bougies los en maak ze met benzine schoon. Laat ze drogen
zonder ze opnieuw te bevestigen.
• Laat de accu opnieuw en sluit deze weer aan.
• Geef een korte actie aan de starter met de contactsleutel om de over-
vloedige olie uit de cilinders te verwijderen.
• Draai de droge bougies weer vast en sluit de doppen weer aan.
• Controleer tevens het niveau van de olie en vul de benzinetank.
Nu kan de motor weer worden gestart.
12•3 TRANSPORT
Bij ieder transport op een aanhangwagen of in een bestelwagen:
- Maak uw machine vast met behulp van riemen die u door bevesti-
gingshaken kunt glijden en aan de trekhaak.
- Bedien de parkeerrem.
- Stop de motor.
- Neem de sleutel uit het contact.
- Sluit het benzinekraantje.
- Blokeer de wielen met een wielblokje.
12•4 VERWISSELEN VAN DE BANDEN
• Wanneer er een wiel gedemonteerd moet worden, dient dit uitge-
voerd te worden op een harde, vlakke grond.
• Geen werkzaamheden uitvoeren aan of onder de maaier, als deze
slechts provisorisch gestut is of wanneer de veiligheidsmaatregelen
onvoldoende zijn.
• Wendt u zich tot uw dealer, wanneer u niet over de juiste gereedschappen
of over voldoende vakkennis beschikt.
• Ga als volgt te werk voor het demonteren van de wielen:
• VOORWIELEN
- Schakel de motor uit en neem de sleutel uit het contact.
- Trek de handrem aan.
- Blokkeer de machine met behulp van stutblokken.
- Plaats een krik onder de vooras aan de zijde van het te verwisselen
wiel en krik de machine omhoog tot het wiel loskomt van de grond
(afbeelding 46).
- Beveilig de machine met stabiele verstelbare ondersteuning.
- Verwijder de wieldop van het te vervangen wiel (a afbeelding 47).
- Verwijder de snapring met behulp van een schroevendraaier (b
afbeelding 47). Het wiel kan nu van zijn as afgeschoven worden.
• Om het wiel terug te plaatsen, eerst de wielas invetten en vervolgens
dezelfde handelingen in omgekeerde volgorde uitvoeren.
• ACHTERWIELEN
- Schakel de motor uit en neem de sleutel uit het contact.
- Trek de handrem aan.